Oudeland van Strijen

Gebiedsnummer
110
GebiedsnaamOudeland van Strijen
Status
Vogelrichtlijn
Overbelasting stikstof
Nee
Gemeente
Binnenmaas, Strijen
Provincie
Zuid-Holland
Sitecode VR
NL9802103
Totale oppervlakte in hectare
1568
Oppervlakte VR in hectare
1568

Kenschets

Het Oudeland van Strijen is een uitgestrekt en desolaat poldergebied in de Hoeksche Waard, dat nog voor een belangrijk deel uit oude graslanden bestaat. Het is een van de belangrijkste gebieden in de provincie Zuid-Holland voor doortrekkende en overwinterende ganzen, eenden en plevieren, met in recente jaren als bijzonderde soort de Dwerggans.

Landschap

Het gebied Oudeland van Strijen kan worden beschouwd als een stuk voorland (buitendijks gebied) van de voormalige Groote of Zuidhollandse Waard. De Zuidhollandse Waard was een bedijkt gebied dat globaal gelegen was tussen Dordrecht, Werkendam, Heusden en Geertruidenberg. Deze Waard ging na de overstromingen in 1421/1422 (Sint-Elizabethsvloed) verloren, maar is later opnieuw bedijkt. Het Oudeland van Strijen, dat vooral bestaat uit grasland- en akkerbouwpercelen, heeft een heel open karakter, wat aan het gebied - zeker in het zo druk bevolkte West-Nederland - een bijzondere charme verleent. Bebouwing en opgaande begroeiing zijn in dit poldergebied nauwelijks aanwezig en ook zijn er weinig wegen die het gebied doorsnijden. Boerderijen staan langs de dijken aan de rand van het gebied. Vooral de oostelijke en zuidelijke delen, langs de oude waterlopen de Lage Vliet en de Dwarsche Vaart, ademen het karakter van een oud landschap uit met een onregelmatige, kleinschalige verkaveling met tussen de graslandpercelen talloze sloten. Dit staat in schril contrast met de omliggende gronden, die worden gekenmerkt door grootschalige akkerbouw.

Natuurwaarden

Het Oudeland van Strijen is in de wintermaanden van groot belang als voedselgebied voor Brandgans en Kolgans. Hier foerageren in die periode duizenden exemplaren van deze vogels. De bijbehorende rustplaatsen liggen onder andere in de Natura 2000-gebieden Haringvliet en Hollandsch Diep. In recente jaren wordt het gebied, vooral in de maanden november tot en met februari, opgezocht door groepjes dwergganzen, tot wel meer dan 50 vogels). Het is daarmee een van de belangrijkste pleisterplaatsen voor deze zeldzame ganzensoort in Neder- land. Ook van een andere grazer, de Smient, zijn in de winter vaak duizenden aanwezig. Roofvogels die graag in open gebieden bij watervogelconcentraties jagen, in het bijzonder Slechtvalk en af en toe een Zeearend, weten het gebied dan ook te vinden. In de trektijd zijn geregeld duizenden goudplevieren en kieviten aanwezig.De graslanden in het gebied behoren deels tot het Zilverschoonverbond (Lolio-Potentillion anserinae), waarvan zowel de associatie Triglochini-Agrostietum stoloniferae als het meer triviale Ranunculo-Alopecuretum geniculati voorkomt. Beide plantengemeenschappen kennen een fundament van algemene graslandsoorten, waaronder Fioringras (Agrostis stolonifera), Ruw beemdgras (Poa trivialis), Kruipende boterbloem (Ranunculus repens) en Witte klaver (Trifolium repens). De eerste gemeenschap onderscheidt zich onder meer door een hoger aandeel van Zomprus (Juncus articulatus), Gewone waterbies (Eleocharis palustris), Groot moerasscherm (Apium nodiflorum) en Blaartrekkende boterbloem (Ranunculus sceleratus), terwijl in de tweede gemeenschap de naamgevende soort Geknikte vossenstaart (Alopecurus geniculatus) meer op de voorgrond treedt.Ook de sloten bevatten geen bijzonder zeldzame gemeenschappen, maar de aanwezige begroeiingen zijn wel heel karakteristiek voor goed onderhouden en niet te zwaar bemeste poldersloten in de kleigebieden van ons land. Zo komt hier op veelplaatsen het Charetum vulgaris voor, terwijl ook het Ranunculetum circinati goed vertegenwoordigd is. In beide gemeenschap zijn de naamgevende soorten opvallend aanwezig, respectievelijk Gewoon kransblad (Chara vulgaris) en Stijve waterranonkel (Ranunculus circinatus). Beide gemeenschappen worden verder gekenmerkt door soorten van hard water, waaronder Tenger fonteinkruid (Potamogeton pusillus), Puntig fonteinkruid (Potamogeton mucronatus), Haarfonteinkruid (Potamogeton trichoides), Smalle waterpest (Elodea nuttallii), Stomphoekig sterrenkroos (Callitriche obtusangula). Minder algemeen is Lidsteng (Hippuris vulgaris), een indicator van licht brakke omstandigheden.

Literatuur

Provincie Zuid-Holland 1990; Hoekschewaards Landschap 2006.

De graslanden in het Oudeland van Strijen trekken in de winter grote aantallen kolganzen en brandganzen (hier op de foto) aan. Naast het aanbod van voldoende voedsel is rust voor deze vogels een factor van belang. Door de markante zwartwit tekening van kop en hals is de Brandgans, die sinds 1984 in ons land ook als broedvogel te boek staat, gemakkelijk te herkennen.