Deelen

Gebiedsnummer
14
GebiedsnaamDeelen
Status
Vogelrichtlijn
Overbelasting stikstof
Nee
Gemeente
Boarnsterhim, Heerenveen, Skarsterlân
Provincie
Fryslân
Sitecode VR
NL2000001
Totale oppervlakte in hectare
514
Oppervlakte VR in hectare
514

Kenschets

Deelen behoort tot de laatst verveende veengebieden in Friesland en bestaat uit een doolhof van langgerekte petgaten en legakkers. Het gebied is van betekenis voor moerasbroedvogels als Purperreiger, Zwarte stern, Bruine kiekendief, Snor en Rietzanger, en voor overwinterende ganzen en eenden.

Landschap

Deelen is gelegen aan de rand van het Lage Midden in Friesland, op de westelijke flank van het Drents Plateau, waar de diepere kwel van het plateau aan de oppervlakte komt. Het gebied is pas recent verveend. In het zuidelijke deel van het Lage Midden is sinds de eerste helft van de 19de eeuw een reeks van dertien veenpolders aangelegd, met een totale oppervlakte van 30.000 ha. Deelen en Delfstrahuizen waren de laatste. Op de typisch Friese manier werden smalle, langgerekte petgaten gegraven, waartussen legakkers (stripen) werden uitgespaard om het turf op te drogen, dwars op de afvoerkanalen Oude en Nieuwe Deel. Na de Tweede Wereldoorlog liep de vraag naar turf snel terug en in 1964 stopte de vervening. Tegenwoordig wordt wel nog turf voor onderhoud van de petgaten uit het water opgediept, dat als potgrond wordt verkocht. Omdat de omliggende veenpolders worden bemalen ten behoeve van de landbouw, is het moerasgebied relatief hoog in de gelijknamige veenpolder komen te liggen en is het veranderd in een wegzijgingsgebied. Om het peil in het reservaat te handhaven moet daarom 's zomers boezemwater worden binnengelaten. Vanaf 1993 wordt dit boezemwater deels door een helofytenfilter gevoerd, terwijl steeds grotere delen van het reservaat met fosfaatarm water uit een zandwinplas ten zuiden van de Hooivaart worden gevoed. Ondanks deze en andere maatregelen is de nutriëntenbelasting nog steeds hoog. Sinds 2002 wordt gestreefd naar seizoensgebonden peilfluctuaties om de verlanding weer op gang te krijgen.

Natuurwaarden

Deelen kent een grote afwisseling van water (45 % van het gebied), legakkers, grasland en bos. De watervegetatie is niet bijzonder goed ontwikkeld, maar het open water vormt wel een leefmilieu voor de Gestreepte waterroofkever (Graphoderus bilineatus). In het gebied zijn overjarige, natte rietzomen, horsten van Pluimzegge (Carex paniculata), broekbossen en grazige legakkers aanwezig. Op de laatste staat Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe).De afwisseling in begroeiingen heeft tot gevolg dat een groot aantal verschillende vogelsoorten in het gebied broedt. De waarde van het gebied zit vooral in de diversiteit, terwijl de aantallen paren per soort vaak beperkt zijn. De Bruine kiekendief, in 1997 nog present met 19 paar, is omstreeks de eeuwwisseling om onduidelijke redenen sterk afgenomen. Soorten als Roerdomp en Porseleinhoen broeden niet in alle jaren, maar rietzangers en snorren zijn in het overjarige riet altijd wel present. Van relatief grote betekenis, vooral regionaal, is het voorkomen van Purperreiger en Zwarte stern. Purperreigers broeden er al minstens 35 jaar, in rietzomen en in toenemende mate ook in overhangend wilgenstruweel. Ze foerageren zowel in het gebied zelf als in de omgeving en worden de laatste jaren ook broedend in aangrenzende gebieden gevonden. Zwarte sterns broeden eveneens vanouds in de Deelen, in 1946 nog met 120 paar, destijds grotendeels op drijftillen van Krabbenscheer (Stratiotes aloides). Toen deze waterplant uit het gebied verdween, was het ook met de sterns gedaan, totdat ze door het uitleggen van kunstmatige nestvlotjes in 1992 terugkeerden. In veel jaren is de kolonie nu de grootste van Friesland, met een optimum van 79 paar in het midden van de jaren negentig. In 2006 bevond zich trouwens drie kwart van de nesten op natuurlijke ondergrond, zoals op wortelstokken van plompen en op veeneilandjes.Behalve in de broedtijd is het gebied ook in de winter van belang voor vogels, vooral als slaapplaats voor tienduizenden kolganzen en brandganzen. Daarnaast zijn er 's winters duizenden smienten, honderden slobeenden en vaak meer dan honderd nonnetjes te vinden. En niet in de laatste plaats dragen concentraties van grote zilverreigers, die zich de laatste jaren buiten de broedtijd met tientallen in het gebied verzamelen, bij aan de vogelrijkdom van Deelen.

Literatuur

Schroor 1991; van der Winden & van Horssen 2001; van Gelderen 2002; Claassen & Thannhauser-Douwma 2004; Kleefstra 2005; van der Winden & Kleeftra 2007.

De Grauwe gans is tegenwoordig de talrijkste broedvogel van De Deelen. De vogels broeden op de vele eilandjes (links boven op de foto) en foerageren op de graslanden (rechtsonder).