Witterveld

Gebiedsnummer
24
GebiedsnaamWitterveld
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Assen, Midden-Drenthe
Provincie
Drenthe
Voortouwnemer
ministerie van Defensie
Sitecode HR
NL1000003
Totale oppervlakte in hectare
481
Oppervlakte HR in hectare
481

Kenschets

Het Witterveld is een heide- en hoogveengebied ten zuidwesten van Assen. Het terrein is door een reeks van toevalligheden gespaard gebleven van ontwatering en afgraving, zodat we hier te maken hebben met een van de weinige gebieden in Nederland (en omstreken) met onvergraven en niet verdroogd hoogveen. Het gebied bevat een fraaie gradiënt van hoogveen naar droge heide met alle daarbij behorende habitattypen.

Berkenbroek
Het Berkenbroek aan de rand van het hoogveen in het Witterveld is een van de gaafste voorbeelden van het Erico-Betuletum pubescentis in ons land. Het lage, open bos heeft een gevarieerde leeftijdsopbouw met jonge berkjes en oudere bomen; de laatste worden onder de natte condities maximaal zo'n drie tot vijf meter hoog. De bulten in de ondergroei zijn voornamelijk opgebouwd uit Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum) en Gewimperd veenmos (Sphagnum fimbriatum).

Landschap

Het Witterveld maakte vroeger, evenals het Fochteloërveen, deel uit van het Smildigerveen, een uitgestrekt veengebied in het noorden van ons land, op de grens van Drenthe en Friesland. Het Witterveld bevond zich aan de noordoostrand van dit veengebied, dat vanaf de 16de eeuw geleidelijk is afgegraven. Deze vervening begon in het centrale deel van het Smildigerveen, waar het dikste veenpakket lag. Het noordoostelijke deel van het Smildigerveen bleef lange tijd buiten schot, maar werd vanaf de 18de eeuw wel gebruikt voor boekweitbrandcultuur. De sporen van dit landgebruik zijn in het Witterveld nog te zien - vooral vanuit de lucht - in de vorm van talloze greppeltjes. Direct ten oosten van het Witterveld werd het veen omgezet in bouwland, dat werd bemest met plaggen (bovenveencultuur). Ook voor dit landgebruik werd het veen niet afgegraven en nauwelijks ontwaterd. De hydrologie van het Witterveld bleef zodoende in grote lijnen onaangetast. Ook later is het hoogveen van het Witterveld nooit in aanmerking gekomen voor afgraving. In 1891 werd besloten een militair garnizoen te vestigen in Assen, waarbij het Witterveld en het naastgelegen terrein werden aangekocht door de gemeente en in bruikleen kwamen bij de Landmacht. Aan de noordkant van het terrein werd een schietbaan aangelegd, maar het overgrote deel van het terrein werd slechts incidenteel gebruikt voor oefeningen. Het gebied heeft al met al weinig onder de militaire activiteiten geleden, al werd in de Tweede Wereldoorlog wel een tankgracht aangelegd. Deze gracht liep door heel Drenthe en werd na de oorlog vrijwel overal gedempt, behalve in dit 'onbruikbare' gebied. In de jaren 1980 had de Landmacht plannen om het gebied intensiever te gaan gebruiken en geschikt te maken voor zwaar materieel. Vanwege de hoge wetenschappelijke waarde van het gebied zijn deze plannen niet uitgevoerd. Uiteindelijk werd in de behoefte aan nieuwe oefenruimte voorzien door de aanleg van het terrein De Haar, even ten westen van het Natura 2000-gebied. Vervolgens is door de gemeente Assen geïnvesteerd in herstel van de natuurwaarden, onder meer door het dempen van de tankgracht en het instellen van begrazing door koeien en schapen. Het Witterveld fungeert nog steeds als veiligheidszone voor de militaire schietbaan en is om die reden niet vrij toegankelijk. In 2007 is het gebied door het Ministerie van Defensie gekocht van de gemeente Assen. In het gebied ligt een gradiënt van hooggelegen zandgronden in het noorden (bij Witten) naar laaggelegen veengronden in het zuidoosten (bij Laaghalerveen). Het nog intacte hoogveenrestant ligt in een slenk die ongeveer zuidwestnoordoost loopt. Deze slenk is in de laatste ijstijd door erosie ontstaan. Hierbij bleef een laag keileem achter, waarop later zand is afgezet. Het keileem zorgt voor een slecht doorlaatbare laag, waarop toestromend water stagneert, een ideale conditie voor veenvorming. De slenk is hydrologisch gescheiden van het voormalige Smildigerveen door een kleine zandrug in de ondergrond. Hierdoor bevat de slenk geen 'doorstroomveen' aan de rand van het voormalige Smildigerveen (waarbij een constante waterstroom vanuit het gebied voor relatief voedselrijkere omstandigheden zou zorgen), maar vormt ze een zelfstandig hydrologisch systeem met relatief voedselarme omstandigheden. Vanuit de slenk stroomt het water heel langzaam af in oostelijke richting, waar het via het Witterdiep afwatert op de Drentsche Aa. Samen met het Balloërveld behoort het Witterveld tot de weinige nog intacte oorspronggebieden in het stroomgebied van de Drentsche Aa. Het hoogveenrestant ten zuiden van de zandrug maakte vroeger wel onderdeel uit van het Smildigerveen. In dit zuidelijke deelgebied zijn nog goed de veenputten te herkennen die hier tot in 1963 op kleine schaal werden gegraven. Het zijn nu plekken waar veel Waterveenmos (Sphagnum cuspidatum) voorkomt.
Eenarig wollegras
Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum). Deze polvormer is een kensoort van het Hoogveenmosverbond (OxycoccoEricion), dat de hoogveenbulten omvat.

Natuurwaarden

De belangrijkste natuurwaarde van het Witterveld betreft het nog intacte hoogveen (H7110). De mooiste stukken hoogveen liggen rondom twee meerstallen, het Sikkelmeer en het Meeuwenmeer, die vroeger mogelijk één geheel hebben gevormd. Deze meerstallen zijn hier aan de rand van een hoogveengebied gevormd, wat onder de resterende meerstallen in de Noordwest-Europese laagvlakte een unieke situatie is. Ze bestaan uit open water met Waterveenmos (Sphagnum cuspidatum). De omliggende hoogveenvegetatie vertoont een patroon van bulten en slenken met onder meer Hoogveenveenmos (Sphagnum magellani cum), Stijf veenmos (Sphagnum capillifolium), Kleine veenbes ( Vaccinium oxycoccus) en Lavendelhei (Andromeda polifolia). Op de overgang naar de dekzandrug groeien Rode en Blauwe bosbes (Vaccinium vitisidaea, Vaccinium myrtillus) in de hoogveenvegetatie. Door het dichten van afwateringssloten en de tankgracht is de waterstand in het gebied recent gestegen. Door deze vernatting zijn lokaal enkele specifieke veenmossen in het terrein achteruitgegaan, maar is tegelijkertijd voor deze en andere soorten de mogelijkheid gecreëerd zich op nabij gelegen plekken op uitgebreidere schaal te vestigen. Aan de rand van het hoogveengebied, waar het veenpakket dun is, bevindt zich een uitzonderlijk fraai Berkenbroekbos (Betulion pubescentis), dat hier als onderdeel van het habitattype Actieve hoogvenen (H7110) kan worden beschouwd. Berkenbroekbossen op dergelijke natuurlijke standplaatsen zijn in ons land uiterst zeldzaam. Een kenmerkende soort in dit berkenbos is Violet veenmos (Sphagnum russowii). Op de hoger gelegen zandgrond in het noorden en westen van het gebied worden goed ontwikkelde natte en droge heidebegroeiingen gevonden (respectievelijk H4010 en H4030). Bovendien zijn ook hier fraaie hoogveenbegroeiingen (H7110) aanwezig, maar ditmaal in een pingoruïne. De dierenwereld van het Witterveld komt sterk overeen met die van het Fochteloërveen, dat slecht op een steenworp afstand ten westen van het gebied ligt. Door de geringere omvang zijn de aantallen natuurlijk wel veel kleiner. De Adder is opvallend talrijk. Dankzij het talrijk voorkomen van Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum) leefde hier een grote populatie van het bedreigde Veenhooibeestje (Coenonympha tullia). In 1990 is de soort voor het laatst in het Witterveld waargenomen, nog met zo'n 80 exemplaren. In 2006, 2007 en 2008 is ze, ondanks gericht zoeken, niet aangetroffen. Toch is het niet uitgesloten dat dit vlindertje weer in het terrein zal opduiken. Het Witterveld lijkt erg geschikt en ligt tussen het Fochteloërveen en het Hingstveen (bij Hooghalen), waar twee van de grootste populaties van deze soort in ons land voorkomen. In de broedtijd worden soms kraanvogels in het gebied gezien, al hebben ze er tot op heden nog niet gebroed. Vogels die wel in het Witterveld broeden, zijn Geoorde fuut, Wintertaling, Boomleeuwerik, Paapje, Roodborsttapuit en Grauwe klauwier. In de winter is de Klapekster in het gebied een geregelde gast.
Sikkelmeer
Het Sikkelmeer is een van de twee meerstallen in het Witterveld. De bloeiende Gele plomp (Nuphar lutea) is net als Witte waterlelie (Nymphaea alba) in het verleden door militairen uitgezet.

Literatuur

Baaijens et al. 1982; de Vries 1984; Bakker 1992; Grontmij & Eoldea 2003, 2004; Weeda 2004; Feenstra 2005.