Westduinpark & Wapendal

Gebiedsnummer
98
GebiedsnaamWestduinpark & Wapendal
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
's-Gravenhage
Provincie
Zuid-Holland
Voortouwnemer
provincie Zuid-Holland
Sitecode HR
NL1000014
Totale oppervlakte in hectare
246
Oppervlakte HR in hectare
246

Kenschets

Het Westduinpark ligt ingeklemd tussen Kijkduin (in het zuiden), de stadsrand van Den Haag (in het oosten) en Scheveningen (in het noorden). Landschap en begroeiing van het gebied zijn sterk beïnvloed door de nabijheid van de stad, waarvan de westelijke buitenwijken direct grenzen aan de binnen duinrand. Toch is het Westduinpark meer een echt duingebied dan een park. De belangrijkste natuurwaarden van het gebied vormen de talrijke vertegenwoordigers van het oude zeedorpen landschap. De hoge natuurwaarde van Wapendal, gelegen in de oude duinen, hangt samen met de hier nog voorkomende duinheide met Struikhei (Calluna vulgaris).

Landschap

Westduinpark en Wapendal liggen bij Den Haag, in de oorspronkelijk tot vier kilometer brede zone van jonge, kalkrijke zeeduinen en het achter liggende, veel minder reliëfrijke landschap van strandvlakten en oude, ontkalkte strandwallen . Grote delen van het jonge duinlandschap, dat vanaf de 12de eeuw in fasen is ontstaan, zijn in de loop van de tijd verdwenen door kusterosie en, langs de binnenrand, door stadsuitbreiding.

Wat resteert aan jonge kustduinen bij Den Haag staat nu bekend onder de naam Westduinpark. Dit gebied wordt gekenmerkt door een opvallend uitgesproken reliëf met duintoppen hoger dan 30 meter boven NAP. Grote delen van het landschap liggen hoger dan de zeereep. Het reliëf is deels natuurlijk, maar voor een belangrijk deel ook door de mens gevormd, zoals in De Hoogvlakte, die ontstond door ophoging met zand dat vrijkwam bij het graven van de haven van Scheveningen (omstreeks 1900). Vanaf het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw werd dit vlakke terrein achtereenvolgens gebruikt om de netten van de Scheveningse vissers te boeten, als vuilnisbelt en als stortplaats van de gemeentelijke plantsoenendienst. Tegenwoordig is de voormalige stortplaats met zand afgedekt maar verraadt de afwijkende ondergrond zich nog in de ruige vegetatie met bijvoorbeeld veel Reuzenbereklauw (Heracleum mantegazzianum). Ook op andere plekken is in het verleden stadsvuil ingegraven.

In de oorlogsjaren werd het duingebied plaatselijk vergraven bij de aanleg van bunkers en loopgraven.

Wapendal is een van de laatste min of meer gave restanten van het oorspronkelijke, circa 5.000 jaar oude duinlandschap, dat in de loop der eeuwen grotendeels is verdwenen onder de bebouwing van Den Haag. De teloorgang van strandwallen en strandvlakten begon hier al in de eerste helft van de 13de eeuw, toen de Graven van Holland een kasteel lieten bouwen op de overgang van een hoge, droge standwal naar de landinwaarts gelegen vochtiger gronden. Om het kasteel met zijn bekende Binnenhof en Ridderzaal ontstond uiteindelijk de stad Den Haag. Wapendal ligt op dezelfde strandwal als het Binnenhof, zij het ruim twee kilometer westelijker, aan de buitenrand van het oude duinlandschap. De naam is afgeleid van het woord wapel, een laag gelegen, beweide plek. Het toch betrekkelijk hoog en droog gelegen gebied heeft in het verleden onderdeel uitgemaakt van het Segbroek, een moerassige strandvlakte die tussen Kijkduin en Scheveningen de grens vormde tussen de strandwallen en het jonge duinlandschap.

Natuurwaarden

De diversiteit aan plantensoorten in Westduinpark en Wapendal is lager dan in veel andere duingebieden. Dit is niet zozeer het gevolg van de vele verstoringen in het gebied, maar veeleer toe te schrijven aan de indirecte gevolgen van kustafslag, zandwinning en stedenbouw. Doordat het duinmassief tegenwoordig veel smaller is dan in het verleden, is de zoetwaterbel ter plaatse sterk aangetast. Daarbij zijn in de eerste jaren van de 20ste eeuw de laatste grote duinvalleien onder de bebouwing van de stadswijk Statenkwartier verdwenen. Alleen in het zuidwesten van het gebied vinden we nog een van nature wat vochtigere plek, de Natte Pan. Ook liggen hier enkele gegraven waterpartijen, zoals de in 1992 aangelegde Paddenpoel, die voor de Rugstreeppad en Kleine watersalamander van betekenis is. De resterende duinstrook tussen Kijkduin en Scheveningen is een door Dauwbraam (Rubus caesius) gekarakteriseerd buitenduin, gelegen achter een grotendeels kunstmatig in standgehouden zeereep. In de regel herbergt het buitenduin een wat geringe biodiversiteit dan de achterliggende zones van het midden- en binnenduin. Laatstgenoemde delen zijn hier echter vrijwel geheel vergraven en door de stad opgeslokt. Ondanks alles is het Westduinpark toch een echt duingebied, met naast de gewone duinflora opvallend veel zeedorpensoorten, waaronder Blauwe bremraap (Orobanche purpurea), Hondskruid (Anacamptis pyramidalis) en Wondklaver (Anthyllis vulneraria) en - verspreid door het hele gebied - een drietal Silenesoorten. De grootste concentratie aan zeedorpsoorten vinden we in het noorden, in de periferie van het oude zeedorp Scheveningen. De kleine restanten van min of meer gaaf midden- en binnenduin die nog in het Westduinpark voorkomen, dragen in belangrijke mate bij aan de botanische waarde van het gebied. Dit geldt voor alles voor een klein deelgebiedje met soortenrijke binnenduinrandgraslanden, ingeklemd tussen de sportvelden van Houtrust en de stadswijken Statenkwartier en Duindorp. Aparte vermelding verdienen ook de Bosjes van Poot aan de binnenduinrand bij Houtrust, genoemd naar een 18de eeuwse 'duinkoddebeier'. De bodemgesteldheid van de Bosjes van Poot is complex: het gebied is gelegen op de overgang van het buitenduin naar het vroegere middenduin, in een zone waar door vergraving het onderliggend kalkarme strand- walmateriaal 'doorschemert', maar waarschijnlijk vanuit het westen ook veel kalkhoudend zand is ingestoven. Daarbij is plaatselijk ook sprake van een landgoedachtig karakter. Dit alles heeft geresulteerd in een duineikenbos met her en der een uitbundige voorjaarsflora van onder andere veel Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida), Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis), Wilde hyacint (Hyacinthoides nonscripta) en - in deze omgeving als typisch stinzenelement - Daslook (Allium ursinum). Het kleine en geïsoleerde natuurgebiedje Wapendal heeft een heel ander karakter dan het Westduinpark. Het bestaat uit een mozaïek van duinbos, duingrasland en duinheide. De oppervlakte onbegroeid terrein is zeer beperkt, hetgeen samenhangt met het gebrek aan dynamiek in de laatste decennia. De duingraslanden zijn rijk aan korstmossen. De belangrijkste natuurwaarde wordt gevormd door het habitattype Droge duinheide met Struikhei (H2150). Ook de duinheide heeft echter geleden onder het gebrek aan dynamiek gedurende de afgelopen decennia, met vergrassing en overwoekering door bomen en struiken als gevolg. Door middel van een palet aan maatregelen wordt getracht de botanische waarde van zowel duinheide als duingraslanden te herstellen: verwijdering van opslag van struiken en bomen, kleinschalig plaggen, pleksgewijs maaien en winterbegrazing met Shetland pony's.

Literatuur

Doing 1988; Loorij et al. 2001; van der Bent et al. 2002; gemeente Den Haag z.j.

Daslook (Allium ursinum) en Wilde hyacint (Hyacinthoides nonscripta) geven in het voorjaar kleur aan de landgoedbossen in de binnenduinrand.
Een opvallend kenmerk van het Westduinpark is de hoge dichtheid aan wandelpaden, die - vooral aan de stadskant van het gebied - vaak omzoomd zijn met aangeplante sierstruiken, zoals de Rimpelroos (Rosa rugosa) met zijn grote roze en soms witte, op crêpepapier lijkende bloemen. De Rimpelroos kan uitgroeien tot een forse struik die zich steeds breder maakt en zo andere soorten verdringt. In het Westduinpark heeft deze exoot zich, meer dan in enig ander duingebied, sterk weten uit te breiden.
Wondklaver (Anthyllis vulneraria) is een typische vertegenwoodiger van de kalkrijke duinen, die haar zwaartepeunt van voorkomen in het zogenaamde zeedorpenlandschap heeft.