Sallandse Heuvelrug

Gebiedsnummer
42
GebiedsnaamSallandse Heuvelrug
Status
Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Hellendoorn, Rijssen-Holten
Provincie
Overijssel
Voortouwnemer
provincie Overijssel
Sitecode HR
NL9803015
Sitecode VR
NL9803015
Totale oppervlakte in hectare
2217
Oppervlakte HR in hectare
2217
Oppervlakte VR in hectare
2217

Kenschets

De Sallandse Heuvelrug is een stuwwal die centraal in de provincie Overijssel ligt. Het gelijknamige Natura 2000- gebied herbergt de grootste aaneengesloten Struikheibegroeiing van Oost-Nederland. Als het gaat om het Korhoen, is de Sallandse Heuvelrug bijkans legendarisch. Dit gebied is het laatste refugium in ons land van deze eertijds algemene heidevogel. De soort is tegenwoordig in heel Europa sterk bedreigd.

Landschap

De Sallandse Heuvelrug wordt gevormd door een glaciale zandrug die een totale lengte heeft van veertien en een variabele breedte van ongeveer één tot zes kilometer. In het sterk geaccidenteerde terrein hebben de met heide begroeide heuveltoppen een gemiddelde hoogte tussen de 45 en 70 meter boven NAP. De Grote Koningsbelt vormt met een hoogte van 75 meter het hoogste punt. Tussen deze heuvels bepalen slenken als de Wolfsslenk, de Rietslenk en de Diepe Hel het landschapsbeeld. De flanken van de stuwwal zijn begroeid met naaldbos.

Aan het begin van de vorige eeuw bestond nog vrijwel het gehele gebied uit heide. De komst van de kunstmest, de invoer van goedkope wol uit Australië en de vraag naar mijnhout zorgden echter voor grote veranderingen. Het oorspronkelijke landbouwsysteem (potstalsysteem) was niet meer lonend en door industriëlen en de Staat werden grote delen van het gebied aangekocht om bos aan te planten en voor de jacht. Er werden drie landgoederen gesticht: de Noetselerberg, de Koningsbelt en de Sprengenberg. Tegenwoordig is dan ook een groot deel van de heuvelrug begroeid met dennen, lariksen en sparren, waarbij alleen in het centrale deel een uitgestrekte, open heide behouden is gebleven.

Het gehele Natura 2000-gebied is in beheer van natuur- beschermingsorganisaties en vormt onderdeel van het gelijknamige nationaal park. Het huidige beheer is in hoofdzaak gericht op het behoud van het Korhoen in het gebied. Ten behoeve van deze soort is in de afgelopen jaren 300 hectare naaldbos gekapt om de oppervlakte aan heide te vergroten. Op de Sprengenberg voert Natuurmonumenten al bijna twintig jaar een begrazingsbeheer met Schotse hooglanders om de openheid van het gebied te garanderen.

Natuurwaarden

De heide op de hogere delen van de stuwwal behoort vrijwel geheel tot het habitattype Droge heiden (H4030). Een belangrijk deel van de heidevegetatie kan gerekend worden tot het Genisto anglicae-Callunetum. Het aandeel vergraste struikheivegetatie is opmerkelijk laag. Dit heeft deels te maken met het beheer (de vergraste delen zijn grotendeels geplagd), maar ook met de grote doorlaatbaarheid van de grofzandige bodem. De aanwezige meststoffen spoelen hierdoor gemakkelijk uit. In de open heide komt op zandige plekken de Zandhagedis voor. Deze soort heeft op de Sallandse Heuvelrug haar provinciale bolwerk. Op plekken met een hoge luchtvochtigheid domineren Blauwe en Rode bosbes ( Vaccinium myrtillus en Vaccinium vitisidaea). Deze associatie Vaccinio-Callunetum (eveneens H4030) vinden we het meest op relatief hooggelegen (meer dan 40 m boven NAP) kapvlakten en voormalige stormvlakten. Het zijn standplaatsen met een dikke humuslaag en de beschutting van bomen. Juist deze vegetatie heeft zich sterk uitgebreid na de kap van naaldbos. Het Korhoen profiteert hiervan omdat ze foerageert op de bessen van beide Vacciniumsoorten. Deze vogel, die bekend is vanwege zijn bijzondere baltsgedrag (het 'bolderen'), heeft hier zijn laatste Nederlandse leefgebied. Aan het eind van de vorige eeuw ging het nog om een dertigtal hanen. In 2002 en 2003 werden echter nog slechts 8 en 14 hanen geteld. Gelukkig nam het aantal daarna weer enigszins toe met 23 en 15 hanen in respectievelijk 2006 en 2007. Het blijft er om spannen of het zo karakteristieke voorjaarsgeluid eerdaags ook hier zal verstommen. Ook andere aan heide gebonden broedvogels hebben baat bij het gevoerde beheer. Dit geldt in het bijzonder voor Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Roodborsttapuit. Voor de Nachtzwaluw behoort de Sallandse Heuvelrug tot de belangrijkste broedgebieden in Nederland. De soort heeft nog meer dan het Korhoen weten te profiteren van het actieve beleid om de heidevelden te vergroten. Het aantal territoria bedraagt in sommige jaren meer dan 50. In enkele lager gelegen delen van het gebied wordt mooi ontwikkeld Jeneverbesstruweel (H5130) aangetroffen, behorend tot de associatie Dicrano-Juniperetum. Jeneverbes (Juniperus communis) komt - ook met jonge exemplaren - verspreid voor in de droge heide en in de dennenbossen. De uitgestrekte bossen bieden voor tal van vogelsoorten een broedplaats, waaronder schaarse soorten als Wespendief, Raaf, Grauwe klauwier en Kruisbek. Elke winter is op de Sallandse Heuvelrug een gering aantal klapeksters te bewonderen. Op de flanken van de stuwwal liggen enkele zure, door regenwater gevoede vennen (H3160), waaronder de Eendenplas en het Sasbrinkven. Het voorkomen van amfibieen als Heikikker en Kamsalamander wijst op enige verrijking met voedingsstoffen. Aan de oevers van deze vennen groeien in een veenmosrijke zone Ronde en Kleine zonnedauw (Drosera rotundifolia, Drosera intermedia), Bruine en Witte snavelbies (Rhynchospora fusca, Rhynchospora alba), Veelstengelige waterbies (Eleocharis multicaulis) en Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum). Deze soorten zijn eveneens te vinden in de nabijheid van een hellinghoogveentje dat even zuidwestelijk van de karakteristieke Palthetoren van het landgoed de Sprengenberg ligt, op een relatief mineraalrijke plek met een zijdelingse waterbeweging. In dit hellinghoogveentje domineren Pijpenstrootje (Molinia caerulea) en Gewone dophei (Erica tetralix). Typische hoogveensoorten die hier worden aangetroffen, zijn Beenbreek (Narthecium ossifragum), Hoogveenveenmos (Sphagnum magellanicum), Rood veenmos (Sphagnum rubellum) en Veendubbeltjesmos (Odontoschisma sphagni). Deze begroeiing wordt gerekend tot het Ericetum tetralicis sphagnetosum, een vorm van habitattype 7110.

Literatuur

Ten Den et al. 2002; Groot Bruinderink et al. 2002; Janssen 2002; Dommerholt 2003; Martens 2003; de Bruijn et al. 2005.

De Korhoen, hier een vrouwtje, geldt als het paradepaardje van de Sallandse Heuvelrug. Nadat deze soort op allerlei plaatsen het veld heeft moet ruimen, is dit heidegebied het laatste in ons land waar deze schuwe vogel stand weet te houden.
De Zwartrugbosmier (Formica pratensis) bouwt lage koepelnesten in droge heidevelden en langs open, droge bosranden. Elke nestkoepel biedt onderdak aan een of enkele koninginnen, die de eieren leggen. Zo nu en dan vindt nestafsplitsing plaats en wordt een nieuwe koepel nabij de bestaande gebouwd. Deze koepels blijven vaak door middel van mierenstraten met elkaar in contact staan. Bosmieren zijn vleeseters, die jagen op allerlei kleine insecten en spinnen. Daarnaast 'melken' ze bladluizen om aan honingdauw te komen.
Jeneverbessen komen in ons land in verschillende groeivormen voor, die vaak in elkaars nabijheid zijn aan te treffen. Heel majestueus zijn de cipresvormige struiken, die gemakkelijk vier tot vijf meter hoog kunnen worden.