Lemselermaten

Gebiedsnummer
48
GebiedsnaamLemselermaten
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Dinkelland
Provincie
Overijssel
Voortouwnemer
provincie Overijssel
Sitecode HR
NL2003027
Totale oppervlakte in hectare
55
Oppervlakte HR in hectare
55

Kenschets

De Lemselermaten hebben betrekking op een gradiëntrijk beekdallandschap, waarin hooilanden, beekbegeleidende bossen en natte heiden elkaar afwisselen. Het gebied ligt aan de voet van de Oldenzaalse stuwwal, nabij Weerselo, en is fameus vanwege zijn kalkmoeras en blauwgraslanden.

Landschap

In het centrum van de Lemselermaten ligt een dekzandrug die geleidelijk afhelt naar de Weerselerbeek en de Dollandbeek. Aan de westzijde van het gebied komen deze twee beken samen. De beekdalen en hun flanken worden gevoed door kwel van (zeer) basenrijk grondwater, dat afkomstig is uit het watervoerende pakket, maar eveneens vanuit de dekzandrug. Het grondwater uit het watervoerende pakket is ingezegen op de Oldenzaalse stuwwal. De grote hoogteverschillen en het abrupt dunner worden van het watervoerende pakket ter plekke zorgen voor de sterke kwel.

De hogere delen in het gebied zijn lang in gebruik geweest als heide. Op de flanken, loodrecht op de beken, lagen de langgerekte hooilanden (maten), die jaarlijks werden gemaaid. In de jaren 1940 en 1950 werden de meeste hooilanden verlaten, waarna ze geleidelijk begroeid raakten met bos. De meeste heiden en een deel van de hooilanden werden ontgonnen tot intensief gebruikte landbouwgrond. In de jaren zestig van de vorige eeuw werden het enige overgebleven hooiland en twee kleine heideterreinen aangekocht als natuurreservaat. Bosopslag werd verwijderd, waarna een subtiel hooilandbeheer werd gevoerd met zeis en éénasser. Eind vorige eeuw konden enkele aangrenzende landbouwpercelen worden verworven. Hier werden slootjes ondieper gemaakt, buisdrains uitgegraven en de voedselrijke bouwvoor verwijderd. Het doel was om (natte) heiden, blauwgraslanden en kalkmoerassen te herstellen. Ook werden enkele stukken bos gekapt, waarna werd geplagd. Alle herstelde percelen worden jaarlijks gehooid.

De beide (verdiepte en verlegde) beken zorgen voor de verdroging van de Lemselermaten. Ook de waterwinning Weerselo levert hieraan een bijdrage. De toestroming van sulfaatrijk grondwater zorgt voor ongewenste eutrofiëring van de hooilanden.

Natuurwaarden

De grootste faam bezitten de Lemselermaten vanwege het in een kleinschalig mozaïek voorkomen van Blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum, H6410), kalkmoeras (associatie Campylio-Caricetum dioicae, H7230) en trilveen (associatie Scorpidio-Caricetum diandrae, H7140). Deze begroeiingen zijn uitzonderlijk soortenrijk met meer dan veertig soorten hogere planten en mossen op enkele vierkante meters. Deze weinig productieve vegetatie met veel open plekken bracht ecologen in de jaren 1940 en 1950 in verrukking. Ze vonden vele zeldzaamheden, waaronder Vetblad (Pinguicula vulgaris), Grote muggenorchis (Gymnadenia conopsea), Moeraswespenorchis (Epipactis palustris), Groenknolorchis (Liparis loeselii), Parnassia (Parnassia palustris), Breedbladig wollegras (Eriophorum latifolium), Vlozegge (Carex pulicaris), Blonde zegge (Carex hostiana), Ronde zegge (Carex diandra) en Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata). Door verwaarlozing, ontginning en verdroging verdwenen veel van deze bijzonderheden, maar een groot aantal ervan is overgebleven of na de herstelmaatregelen teruggekeerd. In het kalkmoeras groeien (weer) Vlozegge, Breedbladig wollegras, Vetblad, Vleeskleurige orchis en Armbloemige waterbies (Eleocharis quinqueflora). Plaatselijk gaat de kwaliteit van het orchideeënrijke Blauwgrasland helaas achteruit: de bedekking van diverse soorten orchideeën wordt lager en sommige soorten dreigen zelfs te verdwijnen. Het trilveen is vrijwel helemaal verloren gegaan, inclusief Ronde zegge. Naast verdroging is eutrofiëring door kwel van sulfaatrijk grondwater hiervoor verantwoordelijk. In de hooilanden ontwikkelen zich op plagplekken en in langdurig overstroomde delen pioniergemeenschappen met soorten als Draadgentiaan (Cicendia filiformis), Wijdbloeiende rus (Juncus tenageia), Stijve moerasweegbree (Baldellia ranunculoides subsp. ranunculoides), Gewoon hauwmos (Anthoceros agrestis), Geel hauwmos (Phaeoceros carolinus) en Dik landvorkje (Riccia beyrichiana). Langs de beken groeien door grondwater gevoede, alluviale bossen (H91E0). In de Elzen-Vogelkersbossen (AlnoPadion) komen Slanke sleutelbloem (Primula elatior) en Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) voor. In de elzenbroeken (Alnion glutinosae) zijn onder andere Elzenzegge (Carex elongata), Moeraszegge (Carex acutiformis), Holpijp (Equisetum fluviatile), Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) en Waterviolier (Hottonia palustris) aanwezig. In de ondergroei is op diverse plekken de Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana) aangetroffen. Ook in het naast het bos gelegen zeggenveld komt deze soort voor. De natte bossen zijn een ideaal broedgebied voor de Houtsnip.

Literatuur

Aggenbach & Jansen 2003; Eysink & de Bruyn 1996; Jansen 1991; Jansen & Roelofs 1996; Jansen et al. 2007.

De Lemselermaten vormen de laatste groeiplaats van Breed wollegras (Eriophorum latifolium) in ons land.