Zeldersche Driessen

Gebiedsnummer
143
GebiedsnaamZeldersche Driessen
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Gennep
Provincie
Limburg
Sitecode HR
NL2003055
Totale oppervlakte in hectare
82
Oppervlakte HR in hectare
82

Kenschets

De Zeldersche Driessen is gelegen in een binnenbocht van het riviertje de Niers, ten oosten van Gennep in Noord-Limburg. Het gebied bestaat voornamelijk uit bos, maar aan de zuidzijde, op korte afstand van de rivier, bevindt zich een klein maar soortenrijk stroomdalgrasland. Het betreft een van de weinige nog resterende voorbeelden van dit prioritaire habitattype in het stroomgebied van de Maas.

Landschap

Over de oorsprong van de naam Zeldersche Driessen bestaan verschillende opvattingen. Het woord dries verwijst meestal naar braakliggend land en het is mogelijk dat de hogere delen van het gebied in gebruik zijn geweest als rotland. Bij deze beheersvorm wordt rogge geteeld, gevolgd door een aantal jaren waarin de grond niet bebouwd wordt. Volgens een andere verklaring zou het toponiem dries kunnen duiden op een hoeve of een groep huizen op enige afstand van een kerkdorp.

De hoger gelegen delen van de Zeldersche Driessen (het huidige bos) maakten in de 18de eeuw deel uit van de Sellersche Höffe, een adellijk landgoed waar zich inderdaad enkele boerderijen bevonden, op de plaats van het huidige buurtschap Zelder.

Hoe het ook zij, in het wat verdere verleden moeten de hogere delen van het gebied hebben bestaan uit droge heide, heischrale graslanden en akkerland. Een klein gedeelte van het huidige bos stamt ten minste uit de 18de eeuw. In het Niersdal lagen gemeenschappelijke weide gronden en langs het riviertje werd op meer plaatsen stroomdalgrasland aangetroffen. Iets ten westen van de Zeldersche Driessen, op de andere oever van de Niers, bevond zich bij Hoeve 't Oord een van de mooiste en grootste stroomdalgraslanden in Noord-Limburg, getuige beschrijvingen uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Door intensivering van de landbouw en ander gebruik (akkerbouw) is dit terrein verdwenen, een lot dat de meeste graslanden in het dal van de Niers beschoren is geweest.

De Zeldersche Driessen herbergen thans de laatste restanten van dit vroegere landschap. Het terrein ligt op een zandige oeverwal en loopt geleidelijk af naar de Niers. De bovenkant bestaat uit bos, de lagere delen uit droog en, naar de rivier toe, nat grasland. Het soortenrijke deel van het stroomgrasland is in de Tweede Wereldoorlog vergraven door Engelse soldaten, omdat men zand nodig had voor de aanleg van een inmiddels alweer verdwenen spoorlijn tussen Boxtel en Goch. Het grasland wordt extensief begraasd door paarden en runderen.

Natuurwaarden

Het huidige stroomdalgrasland van de Zeldersche Driessen (H6120) is plaatselijk nog steeds goed ontwikkeld. Hier bevinden zich soorten als Kruisdistel (Eryngium campestre), Voorjaarszegge (Carex caryophyllea), Geel walstro (Galium verum), Viltganzerik (Potentilla argentea), Voorjaarsganzerik (Potentilla verna), Kruipend stalkruid (Ononis repens subsp. repens), Akkerhoornbloem (Cerastium arvense), Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus), Muurpeper (Sedum acre) en Grote tijm (Thymus pulegioides). Op open plekken maken soorten van het Thero-Airion deel uit van de begroeiingen, met onder meer Vroege haver (Aira praecox), Klein tasjeskruid (Teesdalia nudicaulis) en de zeer zeldzame Kleine hardbloem (Scleranthus polycarpos). De vegetatie is grotendeels te rekenen tot het Sedo-Thymetum pul egioides, dat stroomdalgraslanden omvat op tamelijk kalkarm zand. Een opmerkelijke soort van de Zeldersche Driessen is Torenkruid (Arabis glabra), die hier het best gedijt in de overgang van het droge grasland naar het bos, samen met soorten als Kruisbladwalstro (Cruciata laevipes), Gewoon nagelkruid (Geum urbanum) en Dolle kervel (Chaerophyllum temulum). Het is een van de weinige goed ont wikkelde voorbeelden van het Urtico-Cruciatetum laevipedis in ons land, een sterk bedreigde zoomgemeenschap van het Rivierengebied en Zuid-Limburg. Het betreft een droge variant van het habitattype 6430, voedselrijke zoomvormende ruigten. Het oudste bosgedeelte van de Zeldersche Driessen bestaat uit Wintereiken-Beukenbos (Fago-Quercetum; H9120) met veel Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) in de ondergroei. In de struiklaag domineren Hazelaar (Corylus avel lana) en Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia); plaatselijk komen Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en Wilde appel (Malus sylvestris) voor. Aan de westkant van het bos komt een smal randje Abelen-Iepenbos (Violo odoratae-Ulmetum; H91F0) voor, met in de struiklaag soorten als Rode kornoel je (Cornus sanguinea), Wegedoorn (Rhamnus cathar tica) en Gewone vlier (Sambucus nigra). Het bosgebied heeft een rijke vogelfauna met soorten als Kleine bonte specht, Grauwe vliegenvanger, Glanskop, Boomklever, Wielewaal en Appelvink. Ook de sterk in aantal afnemende Matkop broedt er. De ligging vlakbij het stroomdalgrasland weerspiegelt zich in het voorkomen van broedvogels die het voedsel grotendeels vergaren in schrale graslandvegetatie, zoals Groene specht, Boompieper en Geelgors. In het stroomdalgrasland broedt de Gele kwikstaart en in de ruigtevegetatie langs de Niers de Bosrietzanger.

Literatuur

Cohen Stuart 1958; Sykora & Westhoff 1979; van Dijk et al. 1984; Hoegen 1996, 1999a, 1999b; Coolen 2005.

De Zeldersche Driessen herbergen de laatste restanten stroomdalgrasland langs de Niers, een zijrivier van de Maas.