Boschhuizerbergen

Gebiedsnummer
144
GebiedsnaamBoschhuizerbergen
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Boxmeer, Venray
Provincie
Limburg, Noord-Brabant
Voortouwnemer
provincie Limburg
Sitecode HR
NL2003010
Totale oppervlakte in hectare
277
Oppervlakte HR in hectare
277

Kenschets

De Boschhuizerbergen vormen een stuifzandgebied in Noord-Limburg, gelegen tussen de Peel en de Maas. Het gebied is van belang vanwege het voorkomen van goed ontwikkelde Jeneverbesstruwelen; het betreft hier de grootste groeiplaats van dit habitattype in het zuiden van Nederland.

Landschap

De stuifduinen van de Boschhuizerbergen zijn na de laatste ijstijd ontstaan op het grofzandige middenterras van de Maas. Dicht in de ondergrond bevinden zich hier afzettingen van grof zand en grind (Formatie van Veghel). Vele eeuwen lag hier een honderden hectaren grote zandverstuiving met droge heide, een van de grootste verstuivingen in Zuid-Nederland. De Jeneverbes (Juniperus communis) is in dit landschap al eeuwenlang een algemene verschijning.

Tegen het einde van de 19de eeuw zijn in de streek op grote schaal dennen aangeplant, ten behoeve van houtproductie en vastlegging van het stuifzand. In de jaren 1920 dreigden ook de Jeneverbesstruwelen van de Boschhuizerbergen ontgonnen te worden. Dankzij de inspanningen van Baron de Weichs de Wenne is het gebied echter gespaard gebleven. De baron heeft, naar aanleiding van de bescherming van dit Jeneverbessenterrein, aan de wieg gestaan van de Stichting Het Limburgs Landschap, die in 1931 werd opgericht. Toch duurde het nog tot 1975 voordat delen van de Boschhuizerbergen door het Limburgs Landschap konden worden aangekocht. In de tussentijd was het stuifzand al voor een flink deel dichtgegroeid met vliegdennen, eiken en berken. Bij een telling in 1977 bleken in het gebied zo'n 4.500 jeneverbessen te staan. De meeste exemplaren zijn waarschijnlijk gekiemd in de periode 1900-1910, in een tijd dat de begrazingsdruk door schapen ineens sterk verminderde. Een ander deel is waarschijnlijk in de Tweede Wereldoorlog gekiemd.

Vanaf 1985 nam het Limburgs Landschap een aantal maatregelen om de jenverbessen weer vrij te stellen, zoals het kappen van bomen en het herintroduceren van begrazing met schapen. Inmiddels zijn aanvullende plannen ge maakt om de winddynamiek in het gebied te vergroten door in grotere stukken van het gebied bomen en struiken te verwijderen.

Natuurwaarden

De Boschhuizerbergen bestaan uit een complex van naaldbos, heide en open stuifzand. In het naaldbos, dat het grootste deel van het gebied beslaat, staan her en der nog groepjes Jeneverbes (Juniperus communis). Het stuifzand met de heide ligt centraal in het gebied, en wordt doorsneden door de spoorlijn. Hier bevindt zich ongeveer tien hectare aan Jeneverbesstruweel (associatie Dicrano-Juniperetum; H5130). De ondergroei is op sommige delen soortenrijk, met typische korstmossoorten van droge heide, zoals Rood bekermos (Cladonia coccifera), Gewoon stapelbekertje (Cladonia cervicornis), Bruin bekermos (Cladonia grayi), Rafelig bekermos (Cladonia ramulosa) en Dove heidelucifer (Cladonia macilenta). Jeneverbesstruweel met korstmossen is tegenwoordig - als gevolg van atmosferische depositie en veranderingen in beheer - een zeldzame combinatie geworden. Op andere plekken zijn de struwelen vergrast met Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) of domineren bladmossen als Heideklauwtjesmos (Hypnum jutlandicum), Gewoon gaffeltandmos (Dicranum scoparium) of Bronsmos (Pleurozium schreberi). De Jeneverbes weet tegenwoordig in het gebied weer goed te kiemen. De jeneverbessen staan in een landschappelijk fraai duingebied met een afwisseling van open en spaarzaam begroeid stuifzand (H2330) en droge heide op stuifzand (H310). Tot de bijzondere soorten van het stuifzand behoren Blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens) en de korstmossen Ezelspootje (Cladonia zopfii) en Open heidestaartje (Cladonia crispata). Onder de broedvogelbevolking van de Boschhuizerbergen vormen de talrijke Boompieper en enkele nachtzwaluwen en boomleeuweriken de exponenten van een halfopen heidegebied. Het omringende bos herbergt een rijke roofvogelfauna, waaronder Havik, Wespendief en Boomvalk. Het is tevens rijk aan spechten, Gekraagde roodstaart en typische naaldhoutsoorten als Kuifmees, Zwarte mees, Goudhaan en Vuurgoudhaan. In de noordwestelijke hoek van het Natura 2000-gebied bevindt zich een voedselarm ven, dat is ontstaan na het uitvoeren van herstelmaatregelen. Hier zijn enkele zachtwatersoorten terugkeerden; het meest opvallend is de rijke populatie van Pilvaren (Pilularia pilulifera). Deze gemeenschap van het verbond Hydrocotylo-Baldellion maakt deel uit van het habitattype Zwakgebufferde vennen (H3130). Aan de oevers van het ven leven onder meer Poelkikker en Middelste groene kikker, twee soorten van de Annex IV van de Habitatrichtlijn.

Literatuur

Schols et al. 1990; van den Munckhof 1991a, 1992, 2007; Teeuwen 2007.

De Boschhuizerbergen herbergen de grootste populatie van de Jeneverbes (Juniperus communis) in Zuid-Nederland. De centrale delen van het stuifzandgebied met de jeneverbessen worden omringd door een brede gordel met naaldbos.