Holtingerveld

Gebiedsnummer
29
GebiedsnaamHoltingerveld
Status
Habitatrichtlijn
Overbelasting stikstof
Ja
Gemeente
Westerveld
Provincie
Drenthe
Sitecode HR
NL9801071
Totale oppervlakte in hectare
1754
Oppervlakte HR in hectare
1754

Kenschets

Holtingerveld is de naam van een gevarieerd heide- en bosgebied ten noorden van het dorp Havelte, aan de rand van het Drents Plateau. Het deelgebied Havelte-West is niet binnen het Natura 2000-gebied opgenomen vanwege de primaire functie als militair oefenterrein. Van HavelteOost is ook een groot deel in gebruik als extensief militair oefenterrein, maar hier staat de natuurfunctie voorop. Behalve voor droge en natte heide is het gebied van belang vanwege soortenrijke heischrale graslanden.

Het Negertje (Omocestes rufipes) dankt zijn naam aan het donkere uiterlijk van de mannetjes, waarbij de witte tasters afsteken bij de zwarte kop. Het merendeel van de populaties in ons land komt voor in vochtige heide en hoogvenen. In Zuid-Limburg is deze sprinkhaan daarentegen in droge kalkgraslanden te vinden, aansluitend bij de droge, warme biotopen van de soort in Midden-Europa.

Landschap

Het landschap van Holtingerveld wordt in belangrijke mate bepaald door de Havelterberg (het oostelijke deel van de Bisschopsberg). Deze is gevormd in de voorlaatste ijstijd door de stuwende werking van een ijstong in het dal van de Wapserveensche (Steenwijker) Aa. De stuwwal bestaat uit zandige afzettingen en keileempakketten, die veelal ondiep aan de oppervlakte liggen. Voor het grootste deel betreft het grijze, kalkarme keileem, maar als bijzonderheid wordt plaatselijk rode keileem aangetroffen. Deze rode keileem bevat kleine, hoekige kalksteenbrokjes. In het terrein zijn plaatselijk vennen en dobben aanwezig, ontstaan door de werking van ijs en wind. Ten zuiden van de Bisschopsberg ligt het - eveneens in de voorlaatste ijstijd gevormde - brede erosiedal van Vecht en Meppelerdiep (hier Oude Vaart geheten). In de laatste ijstijd zijn de dalen van Wapserveensche Aa en Oude Vaart opgevuld met dekzand, waarop zich gedurende warmere perioden veen kon vormen. In dit dal bevindt zich een uitloper van het Natura 2000-gebied, het Uffelter Binnenveld.

Al vanaf de laatste ijstijd heeft de mens in het gebied zijn invloed doen gelden. Opvallende getuigen uit de vroegste geschiedenis zijn twee hunebedden op de Havelterberg. Tijdens de Middeleeuwen komen in de omgeving verscheidene dorpjes tot bloei, waaronder Havelte, Uffelte, Wittelte en Holtinge. De uitgang 'elte' en de dorpsnaam Holtinge wijzen op het voorkomen van bos. Vanaf het eind van de Middeleeuwen, met de opkomst van de commerciële schaapskudden, veranderde een steeds groter deel van het gebied in heide. Bossen werden vooral aangetroffen aan de randen van de essen. Degradatie van het landschap resulteerde in het ontstaan van stuifzanden, in het bijzonder aan de noordzijde van de Havelterberg (Holtingerzand, Wester- en Oosterzand).

Na de uitvinding van kunstmest werden grote delen van het toenmalige heideareaal ontgonnen of met naaldbomen beplant.

In de Tweede Wereldoorlog werd door de Duitse troepen in het gebied een vliegveld aangelegd met kalkrijke (rode) keileem van de Havelterberg. Juist hier zijn de meest waardevolle heischrale graslanden tot ontwikkeling gekomen. Sinds 1949 is een groot deel van het gebied in eigendom van Defensie. De Havelterberg is in eigendom van het Staatsbosbeheer, het noordelijke deel grotendeels van Natuurmonumenten. Centraal in het gebied liggen veel particuliere eigendommen. Het Uffelter Binnenveld is in eigendom van en in beheer bij het Drentse Landschap.

Oud eikenbos op zandige bodem hier bij het Holtingerzand, beslaat in Holtingerveld slechts een kleine oppervlakte.

Natuurwaarden

De soortenrijke heischrale graslanden van Holtingerveld, op de voormalige startbanen van het Duitse leger, behoren tot het gelijknamige prioritaire habitattype (H6230). De vegetatie van het verbond Nardo-Galion saxatilis omvat begroeiingen van zowel droge als natte standplaatsen. Vermeldenswaard is het voorkomen van de Associatie van Maanvaren en Vleugeltjesbloem (Botrychio-Polygaletum), die verder alleen bekend is uit de - Nederlandse en Duitse - kustduinen. Deze gemeenschap is uitgesproken soortenrijk, met onder andere Duinriet (Calamagrostis epigejos), Stijve ogentroost (Euphrasia stricta), Gelobde maanvaren (Botrychium lunaria), Moeraswespenorchis (Epipactis palustris), Rietorchis (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa), Rozenkransje (Antennaria dioica), Klein wintergroen (Pyrola minor) en Liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia). Andere zeldzaamheden zijn Valkruid (Arnica montana), Grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum), Addertong (Ophioglossum vulgatum), Heidekartelblad (Pedicularis sylvatica), Dwergvlas (Radiola linoides) en Blauwe knoop (Succisa pratensis). Het grootste deel van de heide van Holtingerveld bestaat uit droge heiden, met als vegetatievormende soort Struikhei (Calluna vulgaris). Delen van de heide zijn sterk vergrast met Pijpenstrootje (Molinia caerulea) en Bochtige smele (Des champsia flexuosa). Deze ontwikkeling wordt beteugeld door te plaggen en te chopperen en door begrazing met een gescheperde kudde, waarvan de kooi in Holtinge staat. Binnen de droge heide zijn diverse vegetatietypen te onderscheiden, waaronder één met korstmossen op stuifzanden en leemarme dekzanden (H2310), en één met Stekelbrem (Genista anglica), Kruipbrem (Genista pilosa), Valkruid, Tandjesgras (Danthonia decumbens) en de zeldzame Echte guldenroede (Solidago virgaurea) op keileem en lemig dekzand (H4030). Een bijzondere vorm van dit laatste heidetype komt voor op de flank van de Havelterberg, op de kalkrijke rode keileem. Hier treffen we soorten aan als Bosanemoon (Anemone nemorosa), Fraai hertshooi (Hypericum pulchrum), Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata), Bochtige klaver (Trifolium medium), Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) en als grote bijzonderheden Knollathyrus (Lathyrus linifolius) en Voorjaarszegge (Carex caryophyllea). Plaatselijk, in het bijzonder op noordhellinkjes in de stuifzandgebieden, vormt Kraaihei (Empetrum nigrum) een belangrijk bestanddeel van de heide (H2320). De stuifzanden (H2330) zijn voor het grootste deel vastgelegd en bebost. In randjes zijn nog restanten van de oorspronkelijke stuifzandvegetatie terug te vinden met Buntgras (Corynephorus canescens) en Ruig haarmos (Polytrichum piliferum). Korstmosrijke stuifzandbegroeiingen, met onder meer Kraakloof (Cetraria aculeata), Slank stapelbekertje (Cladonia rappii), Hamerblaadje (Cladonia strepsilis) en Ezelspootje (Cladonia zopfii), worden in het gebied nog slechts aangetroffen in stuifkuilen en langs zandpaden. In de graslanden van het gebied vliegt de zeldzame Kommavlinder (Hesperia comma). Deze soort heeft naast schrale begroeiingen met Fijn schapengras (Festuca filiformis) en Buntgras ook bloemrijke vegetatie nodig. In de heide op stuifzand leeft een kleine populatie van de in konijnenholen broedende Tapuit, een vogelsoort die sterk achteruit is gegaan, onder meer door de toenemende vergrassing van de heide en de achteruitgang van de konijnenstand. Talrijkere broedvogels op de heide zijn Boomleeuwerik en Roodborsttapuit en op zwoele zomeravonden kan ook de ratel van de Nachtzwaluw worden gehoord. In terreindepressies, op keileemplateaus en op andere plaatsen met oppervlakkig afstromend regenwater, wordt goed ontwikkelde natte heide aangetroffen (Ericetum tetralicis; H4010). Gewone dophei (Erica tetralix) is hier de dominante soort. De vegetatie is gelardeerd met soorten als Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Kussentjesveenmos (Sphagnum compactum), Veenbies (Trichophorum cespitosum subsp. germanicum) en Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe), de voedselplant van het Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon), die op één plaats in het terrein een populatie heeft. Waar de natte heide wordt geplagd (hier de belangrijkste beheersmaatregel), ontstaat een pionierbegroeiing (H7150) met Bruine en Witte snavelbies (Rhynchospora fusca en Rhynchospora alba) en Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata). Deze vegetatie lijkt qua soortensamenstelling wel wat op de begroeiingen die in de dobben en de veenputjes in het terrein worden aangetroffen. Hier zijn tevens diverse veenmossen (vooral Sphagnum cuspidatum, Waterveenmos) en Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) belangrijke soorten. In een aantal dobben treedt op kleine schaal hoogveenvorming op, waarbij andere veenmossen op de voorgrond treden, waaronder Hoogveenveenmos (Sphagnum magellanicum) en Wrattig veenmos (Sphagnum papillosum). Een belangrijke vaatplant van deze hoogveenvennen (H7110) op Holtingerveld is Kleine veenbes ( Vaccinium oycoccus). Ook de fauna van de vennen is goed ontwikkeld. Zo broedt in een aantal vennen de Dodaars en soms de Geoorde fuut. In het Meeuwenven komt een grote populatie van de Tengere pantserjuffer (Lestes virens) voor. Ook voor vele andere libellen en juffers zijn de vennen van belang, evenals voor diverse amfibieën en reptielen. Het Finse Meertje vormt een belangrijke voortplantingslocatie voor de Kamsalamander, die verder voorkomt in vennen en poelen in de omgeving (o.a. op het golfterrein). In de vochtige terreindelen leven Adder en Ringslang. Ronduit spectaculair was de vondst van de Brede geelrandwaterroofkever (Dytiscus latissimus) in 2005 in een van de vennen van Holtingerveld. Deze soort van de Habitatrichtlijn was bijna 40 jaar lang niet meer in ons land aangetroffen en werd als uitgestorven beschouwd. Tot nog toe is ze op de zogenaamde referentielijst voor ons land niet opgevoerd, zodat deze uiterst bedreigde waterkever binnen het Natura 2000-gebied nog geen formele bescherming geniet. De bossen op Holtingerveld zijn in het algemeen soortenarm, met in de boomlaag Zomereik (Quercus robur) en veel Grove den (Pinus sylvestris). Waar ze grenzen aan de essen, komen echter hoog opgaande, soortenrijke, oude eikenbossen voor, die in Drenthe holthen worden genoemd. Dit is het domein van onder meer Dalkruid (Maianthemum bifolium), Lelietjevandalen (Convallaria majalis), Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum), Hulst (Ilex aquifolium) en diverse bramensoorten van oude bossen, waaronder Rubus silvaticus en de exclusief Drentse soort Egelhaagbraam (Rubus erinulus). De soortensamenstelling duidt op het habitattype Beukeneikenbossen met hulst (H9120). In deze oude bossen worden vogelsoorten aangetroffen als Appelvink, Glanskop, Holenduif, Zwarte specht en Kleine bonte specht. In bosranden met Zomereik leeft de moeilijk waarneembare Bruine eikenpage (Satyrium ilicis). In een jong loofbosje boven op de Havelterberg is recent een nieuwe varensoort voor Nederland gevonden, de Lichtgroene stekelvaren (Dryopteris expansa).
Stekelbrem (Genista anglica) is de naamgevende soort van de Associatie van Struikhei en Stekelbrem, het Genisto anglicaeCallunetum.

Literatuur

Waterbolk & Meyer 1948; Hovenkamp et al. 1990; LooPlan 1998; van Dijk et al. 1999; Pahlplatz et al. 2003; Spek 2004.