Rapporten over Natura 2000

Regelmatig worden er rapporten gepubliceerd over Natura 200. Het Regiebureau wil al deze rapporten, of links naar die rapporten, verzamelen, zodat een overzicht ontstaat wat er inmiddels over Natura 2000 gepubliceerd is. Draag bij aan deze pagina door rapporten of links aan ons te mailen (info@natura2000.nl).

December 2012

Sectoral experience with Natura 2000
Dit rapport doet verslag van het onderzoek dat de ECNC Group in opdracht van EZ heeft uitgevoerd. Het gaat in op knelpunten die de economische sectoren landbouw, bosbouw en recreatie en tourisme ondervinden door de implementatie van Natura 2000 en welke oplossingen hiervoor gevonden worden. Uit een analyse van deze sectoren in vijf landen in de Europese Unie worden een aantal aanbevelingen afgeleid die de sectoren kunnen helpen in het toepassen van maatregelen bij voorkomende knelpunten.

September 2012

Recreatie en Natuur - Alterra-rapport 2334
Kennis over effecten, kwetsbaarheid, handelingsperspectieven en monitoring van
recreatie in Natura 2000-gebieden

Klik hier voor het referaat:

Een groot deel van de Nederlandse natuurgebieden is aangewezen als Natura 2000-gebied. In deze gebieden wordt veel gerecreëerd. In de meeste gevallen kunnen de natuurfunctie en de recreatiefunctie goed samengaan. In een aantal gevallen kan recreatie leiden tot ongewenste effecten op de natuur. Het gaat daarbij vooral om de effecten van verstoring door aanwezigheid van recreanten op kwetsbare plekken en tijden en soms om ruimtebeslag en versnippering door recreatiefaciliteiten. Hoewel deze factoren meestal geen primaire drukfactor zijn, kan recreatie er wel toe bijdragen dat een soort of habitattype een kritische drempelwaarde bereikt, waardoor de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In dit rapport wordt beschreven wat de mogelijke effecten zijn van recreatie op Natura 2000-doelsoorten en habitattypen. Dit gebeurt aan de hand van de kwetsbaarheid. In combinatie met de staat van instandhouding van een habitattype of soort geeft dit een indicatie of maatregelen voor recreatie voldoende kunnen bijdragen aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ook geeft dit rapport een overzicht van handelingsperspectieven voor een duurzame afstemming van natuur- en recreatiedoeleinden. Daarbij is speciale aandacht voor het monitoren van recreatiegedrag en de effecten op natuur. Het rapport besluit met een samenvatting van de resultaten uit de hoofdstukken, waarbij een vertaling is gemaakt in de vorm van een stappenplan. Het doorlopen van dit stappenplan geeft inzicht in de mogelijkheden voor de combinatie van recreatie en natuur in Natura 2000-gebieden. Daarbij wordt verwezen naar de kennis in eerdere hoofdstukken. Uiteindelijk blijft het per gebied maatwerk, waarbij de kennis in dit rapport een goede basis biedt om verantwoorde keuzes te maken.

Geen beschrijving

Januari 2012

Natuurverkenning 2010-2040

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) presenteerde op 26 januari 2012 de scenariostudie 'Natuurverkenning 2010-2040. De vierjaarlijkse natuurverkenning dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in nauwe samenwerking met Wageningen UR heeft opgesteld is beschikbaar. Voor het eerst gebruikte het PBL bij haar visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, zogenaamde normatieve toekomstscenario’s als hulpmiddel om de achterliggende drijfveren voor natuurbeleid te verhelderen.
Nog meer info vindt u op de speciale themasite Natuurverkenning.

December 2011

Eindrapport Taskforce biodiversiteit & natuurlijke hulpbronnen

Op 13 december 2011 kregen Minister Verhagen (EL&I)en staatssecretaris Atsma (I&M) het eindadvies van de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen overhandigd van Hans Alders, voorzitter van de Taskforce. Onder de titel ‘Groene Groei, investeren in biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen’ pleit de Taskforce voor een omslag naar een economie die gebaseerd is op de draagkracht van de aarde. Daarvoor moeten we in 2020 biodiversiteitverlies tot staan gebracht zijn en in 2030 onze ecologische voetafdruk zijn gehalveerd.

Oktober 2011

Alterra-rapport 2225 Hoogveen en klimaatverandering in Nederland

Klik hier voor het referaat:

Door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is geconstateerd dat hoogveenontwikkeling in ons land waarschijnlijk kritiek wordt onder het extreme KNMI-klimaatscenario W+. Dat heeft geleid tot vragen over nut en noodzaak van continuering van maatregelen gericht op hoogveenherstel, waaronder het terugdringen van de stikstofdepositie. Dit rapport bespreekt de achtergronden van de constatering en geeft antwoord op vragen over de huidige ontwikkeling van en het toekomstperspectief voor hoogveen in Nederland in een veranderend klimaat. Voor de instandhouding en ontwikkeling van hoogveen zijn het neerslagoverschot, de temperatuur en de positie in het landschap belangrijk. Gunstige ontwikkelingen doen zich voor in gebieden waar het (actieve) hoogveen water uit zijn omgeving ontvangt. De landelijke instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-habitattype Actieve hoogvenen kunnen waarschijnlijk ook onder het klimaatscenario W+ worden gerealiseerd: behoud van kwaliteit en oppervlakte zijn kansrijk en verbetering van kwaliteit en uitbreiding van oppervlakte zijn mogelijk. Voorwaarden hierbij zijn een optimale waterhuishouding. Dat wil zeggen voldoende hoge grondwaterstanden in de zandondergrond en de veenbasis in combinatie met een waterondoorlatende (veen)laag en/of de toevoer van lokaal grondwater. Om hoogvenen op de lange termijn in Nederland te behouden onder het W+- scenario zijn waterhuishoudkundige maatregelen nodig, zoals de aanleg en inrichting van bufferzones en compartimenten en/of door het bevorderen van kwel. Bij een suboptimale waterhuishouding en een hoog(blijvend) stikstofdepositieniveau is de kans op behoud van kwaliteit en oppervlakte zeer klein bij een W+-scenario. Het waterbergend vermogen van hoogveen draagt bij aan de ecologische veerkracht van de hoogveen- en heidelandschappen waarvan het deel uitmaakt: vochtminnende soorten, zowel fauna als flora, kunnen in droge perioden uitwijken naar of overleven in en rond het hoogveen. Een strategie die maatregelen neemt om de condities te verbeteren en inzet op het beheren van hoogveen, natte heide en droge heide als mozaïekgebieden met geleidelijke overgangen biedt toekomstperspectief voor hoogveen in een veranderend klimaat.


April 2011

Alterra-rapport 2160 Natura 2000 en Recreatie
In dit rapport zijn voorbeelden van recreatieactiviteiten in en nabij Natura 2000 gebieden onderzocht. Er is gekeken naar redenen en factoren die het mogelijk maken om deze activiteiten te laten plaatsvinden of een vergunning hiervoor te verlenen (eventueel onder voorwaarden). De conclusie is dat recreatie en Natura 2000 doelstellingen in veel gevallen goed samengaan.

PBL-rapport Natura 2000 in Nederland
Dit rapport onderzoekt (in opdracht van het Presidium) of Nederland de Vogel- en Habitatrichtlijnen wel juist interpreteert en uitvoert. Het Regiebureau Natura 2000 heeft van dit rapport een samenvatting gemaakt aan de hand van ‘veel gestelde vragen’.

Snel terug naar:

Kennis & Informatie

Geen beschrijving