Naslagwerk Natura 2000

Deel 3 – Het beheerplan

3.2 Wie stelt het Natura 2000-beheerplan op en vast

3.2.1 Rol van het bevoegde gezag

Het bevoegd gezag stelt een beheerplan vast en is verantwoordelijk voor het opstellen daarvan. Het daadwerkelijk opstellen kan echter uitbesteed worden aan een ander bestuursorgaan of zelfs aan een particuliere organisatie of expertbureau. Het bevoegd gezag bepaalt wie het beheerplan opstelt.

De Natuurbeschermingswet 1998 heeft als uitgangspunt dat Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag zijn dat het beheerplan vaststelt. Voor zover echter gronden binnen het Natura 2000-gebied in eigendom of in materieel beheer van het rijk zijn is het de minister die voor dat deel van het gebied het beheerplan vaststelt. Op dit moment zijn er vier ministers door wie of onder wiens verantwoordelijkheid het beheer van rijkseigendom in Natura 2000-gebieden plaatsvindt: de ministers van I&M (en Rijkswaterstaat), van Defensie, van Financiën (Domeinen) en van Economische Zaken (EZ). Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer Staatsbosbeheer beheerder is van een gebied, de Minister van EZ bevoegd is om het beheerplan vast te stellen.

Samenhang instandhoudingsdoelstellingen, aanwijzingsbesluit en beheerplan

Instandhoudingsdoelstellingen
De instandhoudingsdoelstellingen geven een concretisering van de hoofddoelstelling van het Natura 2000-netwerk voor Nederland. Deze concretisering gebeurt op landelijk niveau en op gebiedsniveau. Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. De Natura 2000-doelen op landelijk en op gebiedsniveau zijn vastgelegd in het Natura 2000 doelendocument. Het Natura 2000 doelendocument omvat het landelijke kader van de Natura 2000-doelen, de bijdrage van Nederland aan het Natura 2000-netwerk én de bijdrage van concrete gebieden hieraan. De Natura 2000-doelen betreffen zowel behoud van bestaande waarden als ontwikkeling van waarden. De doelen op gebiedsniveau worden opgenomen in de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000-gebieden en verder uitgewerkt in de beheerplannen.

Aanwijzingsbesluiten
Het aanwijzingsbesluit definieert naast de instandhoudingsdoelstellingen de precieze omvang en begrenzing van het aangewezen gebied. Het is een formeel besluit en daarmee het instrument dat burgers, bedrijven en andere overheden direct bindt. Aanwijzingsbesluiten hebben in beginsel een onbepaalde looptijd en worden vastgesteld door de Minister van EZ.

Beheerplannen
In de beheerplannen is aangegeven welke beleids- en beheermaatregelen nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en soorten in het betreffende gebied te realiseren en hoe een en ander zich verhoudt tot andere vormen van (bestaand) gebruik. In de beheerplannen worden de instandhoudingsdoelstellingen in omvang, ruimte en tijd nader uitgewerkt. In aanvulling op het aanwijzingsbesluit biedt het handvatten voor het toepassen van het afwegingskader voor de vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Met het beheerplan wordt duidelijkheid geboden aan beheerders, gebruikers en belanghebbenden ten aanzien van de vraag welke activiteiten in het Natura 2000-gebied in geen geval zijn toegestaan zonder dat deze eerst getoetst zijn aan artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 (Habitattoets). Maar ook welke activiteiten op wettelijke gronden geen vergunning behoeven, omdat ze de instandhoudingsdoelstellingen in het gebied niet in gevaar brengen. Het beheerplan is ook hét instrument waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijke vereisten om bij de keuze en vormgeving van maatregelen rekening te houden met economische, sociale en culturele belangen.
Een beheerplan wordt vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en/of een minister.

Geen beschrijving