Naslagwerk Natura 2000

Deel 3 – Het beheerplan

3.1 Doel en functie van het beheerplan

3.1.1 Doel van het beheerplan

De Vogel- en Habitatrichtlijn verplichten Nederland de habitattypen en (vogel)soorten waar Nederland mede verantwoordelijkheid voor draagt in een gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen. Om dit te bereiken heeft Nederland daarvoor instandhoudingsdoelstellingen gedefinieerd, die zijn opgenomen in de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000-gebieden. In ons land is er voor gekozen om de uitwerking van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied in omvang, ruimte en tijd plaats te laten vinden in het beheerplan, waarvan de opstelling is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998. Het beheerplan moet binnen drie jaar na aanwijzing van het gebied als Natura 2000-gebied zijn vastgesteld.

Het Natura 2000-beheerplan beschrijft de resultaten die bereikt dienen te worden om het behoud of het herstel van de natuurlijke habitats en (vogel)soorten mogelijk te maken. Het beheerplan geeft daarnaast een overzicht op hoofdlijnen van instandhoudingsmaatregelen die in de planperiode genomen moeten worden om de beoogde resultaten te behalen. Tenslotte gaat het beheerplan in op bestaand gebruik en geeft inzicht hoe met externe werking omgegaan moet worden.

Hiermee is het Natura 2000-beheerplan bij uitstek het middel om duidelijkheid te scheppen welke plannen uitgevoerd kunnen worden, welke activiteiten mogelijk zijn en welke beheermaatregelen genomen moeten worden.

Beheerplannen hebben een looptijd van maximaal zes jaar.