Naslagwerk Natura 2000

Deel 2 - Toetsing

2.5 Habitattoets

2.5.5 Relatie passende beoordeling en milieueffectrapportage

Wanneer er voor een activiteit een milieueffectrapportage moet worden doorlopen dan kan de passende beoordeling daaraan gekoppeld worden. De informatie die voor de vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk is, komt veelal overeen met de informatie die voor het natuuraspect in een milieueffectrapport nodig is. Het milieueffectrapport is echter breder van opzet en op het gebied van natuur minder specifiek dan de passende beoordeling. Bij een koppeling dient hier rekening mee te worden gehouden. Er zijn drie belangrijke verschillen tussen een algemeen milieueffectrapport en een passende beoordeling. Ten eerste gaat het milieueffectrapport uit van de doelstellingen van het project, terwijl de passende beoordeling uitgaat van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Daarnaast wordt bij een milieueffectrapport de meest actuele informatie geëist die beschikbaar is. Bij een passende beoordeling kan het voorkomen dat dit niet voldoende is en dat er nieuw onderzoek nodig is. Zowel bij een milieueffectrapport als bij een passende beoordeling moet er een alternatievenonderzoek plaatsvinden. Bij de passende beoordeling moet er echter naar alternatieve oplossingen voor het behalen van de doelstelling van het project worden gekeken en moet er breder naar andere mogelijke locaties worden gekeken, ook naar locaties buiten de grenzen van het grondgebied waarvoor het bevoegd gezag verantwoordelijk is. Dit kan zelfs betekenen dat er buiten de landsgrenzen moet worden gekeken. De vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 kan tijdens of na de milieueffectrapportage worden aangevraagd. Voordat de vergunning kan worden verleend, moet de milieueffectrapportage zijn doorlopen. De milieueffectrapportage neemt minstens een half jaar in beslag, maar duurt meestal langer.