Naslagwerk Natura 2000
Deel 1 - Inleiding
1.3 Implementatie in nationale wet- en regelgeving
1.3.4 Instrumenten voor het bereiken van de doelen: beheerplan en vergunningverlening
Twee belangrijke instrumenten die het mogelijk moeten maken om in Nederland de Natura 2000-doelen te bereiken zijn de beheerplannen en het instrument van vergunningverlening.
Beheerplannen
Voor elk Natura 2000-gebied in Nederland moet volgens de Natuurbeschermingswet 1998 een Natura 2000-beheerplan worden opgesteld. Hierin staat wat er moet gebeuren om de natuurdoelen voor dat gebied te halen en wie dat gaat doen. Ook staat er in welke activiteiten in het gebied mogen plaatsvinden zonder dat daar een vergunning voor nodig is. In de meeste gevallen neemt de provincie het voortouw bij het opstellen van het beheerplan, voor de overige gebieden is dat het Rijk. Alle belanghebbenden worden bij de ontwikkeling van het beheerplan betrokken. De beheerplannen moeten uiterlijk drie jaar na definitieve aanwijzing van het gebied gereed zijn.
Voordat het beheerplan definitief wordt vastgesteld, gaat het ontwerpbeheerplan de inspraak in en bestaat er voor belanghebbenden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Tegen de definitieve versie van het beheerplan kan in beroep worden gegaan. In deel 3 wordt nader ingegaan op het beheerplan.
Vergunningverlening
Het ondernemen van activiteiten in en rondom een Natura 2000-gebied kan gevolgen hebben voor de natuur in dat gebied. In bepaalde gevallen is daarom een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig. Deze vergunningen worden meestal verleend door de provincies, maar in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld militaire activiteiten) door het ministerie van EL&I. Deel 2 gaat verder in op de vergunningverlening alsmede de habitattoets die doorlopen moet worden om te kunnen bepalen of projecten, plannen of andere handelingen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet.