Naslagwerk Natura 2000

Deel 1 - Inleiding

1.3 Implementatie in nationale wet-en regelgeving

De internationale verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn die betrekking hebben op de bescherming van specifieke soorten, zijn in Nederland juridisch verankerd in de Flora- en faunawet. Het deel van beide richtlijnen dat gaat over de bescherming van habitats en soorten door middel van de aanwijzing van beschermde gebieden, is in Nederland verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998.

Deze twee nationale juridische instrumenten, die uitvoering geven aan Europese regelgeving op het gebied van natuur, kunnen niet los worden gezien van het nationale natuurbeleid dat al eerder in Nederland in gang is gezet; de vorming van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Dit netwerk van gebieden is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in 1989 geïntroduceerd in het toenmalige Natuurbeleidsplan. De EHS betreft een netwerk van zowel grote als kleine gebieden in Nederland waar de natuur in feite voorrang heeft. De EHS is bedoeld om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden en bestaat uit:

  • bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen;
  • landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden);
  • grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee).

In de EHS geldt het 'nee, tenzij' principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen die de wezenlijke waarden en kenmerken aantasten niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van een ingreep moeten worden gecompenseerd.

De grote wateren evenals ongeveer 45 procent van alle hectares EHS op het land, is inmiddels ook (in ontwerp) aangewezen als Natura 2000-gebied.