Kleine luchtvaart

Door de KNVvL (Vereniging voor Luchtvaart) is een gedragscode ontwikkeld waarin is opgenomen dat klein verkeer natuurgebieden vermijdt en als het niet anders kan deze op minimaal 1.000 ft overvliegt. Tot het kleine verkeer behoren ook zweefvliegen, zeilvliegen, schermvliegen, snorvliegen en ballonvaren.
Bureau Waardeburg heeft, in opdracht van het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, onderzoek gedaan naar de effecten van deze kleine luchtvaart op Natura 2000 gebieden bij naleving van de hiervoor beschreven gedragscode.
Het rapport geeft een beoordeling van het bestaande gebruik (de afgelopen twee decennia) en geeft aan in welk geval er rekening zal moeten worden gehouden met eventueel optredende verstoring. In eerste instantie is hierbij uitgegaan van de veronderstelling dat in gebieden die zijn aangewezen voor niet-verstoringsgevoelige plantsoorten geen effecten zijn te verwachten.
In een later toegevoegd addendum is ook onderzocht wat de effecten zijn voor typische soorten die in deze gebieden voorkomen.

Dit rapport met addendum is in de Regiegroep van 29 maart 2011 besproken.

Op 26 mei 2010 heeft het Regiebureau in samenwerking met Arcadis een werkconferentie georganiseerd over Kleine luchtvaart en Natura 2000.

Tijdens deze middag is het onderwerp vanuit drie invalshoeken gepresenteerd:

  1. Handreiking kleine luchtvaart en Natura 2000-beheerplannen (ministerie V&W)
  2. De kleine luchtvaart (KNVvL)
  3. De kleine luchtvaart in het Natura 2000-beheerplan Lepelaarsplassen (door IJsbrand Zwart, provincie Flevoland).

De presentaties en daaruit voortvloeiende discussies zijn in bijgevoegd verslag opgenomen.

Verslag Werkconferentie Kleine luchtvaart 26-5-2010

Snel terug naar: