JAN!
Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen
Datum vraag: april 2011
Gesteld door: Regiebureau Natura 2000
Vraag:
Bestaat er een voorbeeld van een Verklaring van geen bedenkingen?
Antwoord:
Datum antwoord: 19 mei 2011
Hieronder een voorbeeld:
INHOUDSOPGAVE
A (ONTWERP)verklaring VAN GEEN BEDENKINGEN VAN GS VAN << >>
- Onderwerp
- Besluit
- Projectbeschrijving
- Procedureel
- Aanvullende gegevens
- Ingekomen reacties
- Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp van de vvgb
- Conclusie
- Ondertekening en verzending
B Overwegingen en toetsingen
- Handelingen met betrekking tot beschermde natuurmonumenten (Natuurbeschermingswet 1998)
- Handelingen met betrekking tot Natura 2000 gebieden (Natuurbeschermingswet 1998)
- Bescherming flora en fauna (Flora- en Faunawet)

A (ONTWERP)VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN VAN GS VAN << >>
1. Onderwerp
Gedeputeerde Staten hebben op <<datum ontvangst>> een verzoek ontvangen van burgemeester en wethouders van de gemeente <<gemeente>> (verder: burgemeester en wethouders) om een verklaring van geen bedenkingen (verder: vvgb) naar aanleiding van een aanvraag om een <<gefaseerde>> omgevingsvergunning. Het verzoek om een vvgb heeft betrekking op <<omschrijving activiteit(en)>>. Het verzoek gaat over <<locatie>>. Het verzoek is geregistreerd onder nummer <<registratienummer>>.
2. Besluit
Gedeputeerde Staten <<zijn voornemens te>> verklaren dat er, gelet op het betrokken belang van <<de bescherming van het milieu/een goede ruimtelijke ordening/Nb-wet>>, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde <<omgevingsvergunning/eerste fase beschikking/tweede fase beschikking>>. Gedeputeerde Staten <<zijn derhalve voornemens te verklaren/verklaren derhalve>> dat de vvgb wordt gegeven. Het verzoek om een vvgb heeft betrekking op de volgende activiteit(en): <<opsomming activiteit(en)>>. Burgemeester en wethouders dienen de in deze vvgb opgenomen voorschriften aan de vergunning te verbinden. <<Daarnaast wordt de vvgb gegeven onder de voorwaarde dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning: <<stukken noemen>>.
Gedeputeerde Staten <<zijn voornemens te>> verklaren dat er, gelet op het betrokken belang van <<de bescherming van het milieu/een goede ruimtelijke ordening/Nb-wet>>, bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde <<omgevingsvergunning/eerste fase beschikking/tweede fase beschikking>>. Gedeputeerde Staten <<zijn derhalve voornemens te verklaren/verklaren derhalve>> dat de vvgb wordt geweigerd. Het verzoek om een vvgb heeft betrekking op de volgende activiteit(en):
<<opsomming activiteit(en)>>.
Gedeputeerde Staten <<zijn voornemens/besluiten>> de verklaring van geen bedenkingen te weigeren omdat de aanvraag ten aanzien van het aspect waarop de vvgb betrekking heeft onvoldoende gegevens bevat voor een goede beoordeling. De aanvraag heeft betrekking op de volgende activiteit(en):
<< opsomming activiteit(en)>>.
3. Projectbeschrijving
Het project waarvoor een vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven <<omschrijving project>>. Het project bestaat uit de volgende activiteit(en): <<opsomming activiteit(en)>>. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. Het project ligt aan <<straatnaam en nummer>> te <<plaats>> kadastraal bekend gemeente <<naam, inclusief sectie en nummer>>. Gelet op de bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
<<opsomming van activiteiten>>
4. Procedureel
Algemeen
Op <<datum>> is een aanvraag om een <<omgevingsvergunning/eerste fase beschikking/tweede fase beschikking>> ingediend bij burgemeester en wethouders voor het project <<omschrijving project>>.
Op grond van artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) wijst het Besluit omgevingsrecht (verder: Bor) of een bijzondere wet categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat wij hebben verklaard dat wij daartegen geen bedenkingen hebben.
Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel <<artikel 6.8 van het Bor/artikel 6.7, eerste lid, van het Bor/artikel 6.6 van het Bor/artikel 16 of 19d juncto artikel 46b of 47b Natuurbeschermingswet>>, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat wij hebben verklaard dat daartegen geen bedenkingen zijn.
Verzoek om vvgb
Op <<datum>> hebben wij van burgemeester en wethouders een exemplaar van de aanvraag en de daarbij gevoegde stukken ontvangen. Daarbij is verzocht om, behoudens verlenging en/of opschorting van de procedure, binnen <<aantal werkdagen/weken>> een <<(ontwerp)verklaring>> van geen bedenkingen te geven.
Omdat voor de beslissing op de aanvraag om een vergunning op grond van meerdere wettelijke voorschriften een vvgb van ons is vereist, beslissen wij overeenkomstig artikel 2.28 van de Wabo hierover in één <<(ontwerp)verklaring>>.
Verlenging procedure
Met het oog op de voorbereiding van de vvgb hebben wij burgemeester en wethouders op <<datum>> verzocht de termijn waarbinnen de beslissing op de aanvraag om een vergunning moet worden genomen te verlengen met <<aantal, maximaal 6>> weken tot <<datum>>. Het besluit van burgemeester en wethouders tot het verlengen van de beslistermijn tot <<datum>> hebben wij op <<datum>> ontvangen.
5. Aanvullende gegevens
Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningsvereisten. Dit betreft gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden overlegd om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is in paragraaf 4.2 van het Bor opgenomen, met een nadere uitwerking in de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor).
Ten aanzien van de aspecten van de aanvraag waarvoor een vvgb is vereist, hebben wij aan de hand van de Mor beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een vvgb is vereist. Op <<datum>> hebben wij burgemeester en wethouders hierover geïnformeerd.
Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningsvereisten. Dit betreft gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden overlegd om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is in paragraaf 4.2 van het Bor opgenomen, met een nadere uitwerking in de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor).
Ten aanzien van de aspecten van de aanvraag waarvoor een vvgb is vereist, hebben wij aan de hand van de Mor beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Daarbij is gebleken dat de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een vvgb is vereist. Wij hebben burgemeester en wethouders daarom op <<datum>> verzocht aanvraagster om aanvullende gegevens te verzoeken. Wij hebben burgemeester en wethouders geadviseerd aanvraagster <<aantal dagen/weken>> de gelegenheid te geven de aanvraag aan te vullen. Burgemeester en wethouders hebben vervolgens een verzoek om aanvulling van de aanvraag verstuurd. Het betreft onder andere gegevens met betrekking tot <<gegevens>>.
De aanvullende gegevens hebben wij op <<datum>> van burgemeester en wethouders ontvangen. De termijn voor het geven van een vvgb aan burgemeester en wethouders is opgeschort met <<aantal dagen/weken>> tot <<datum>>.
Wij zijn van oordeel dat de aanvraag en de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten van de aanvraag waarvoor een vvgb is vereist.
De aanvullende gegevens hebben wij op <<datum>> van burgemeester en wethouders ontvangen. De termijn voor het verlenen van een vvgb aan burgemeester en wethouders is opgeschort met <<aantal dagen/weken>> tot <<datum>>.
Wij zijn van oordeel dat de aanvraag en de latere aanvulling daarop onvoldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten van de aanvraag waarvoor een vvgb is vereist. Wij zijn derhalve <<voornemens te verklaren/verklaren>> dat de vvgb wordt geweigerd.
6. Ingekomen reacties
Terinzagelegging
Tussen <<datum start terinzagelegging>> en <<datum einde terinzagelegging>> hebben burgemeester en wethouders een ontwerp van de vergunning en een ontwerp van de vvgb ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid tot het indienen van adviezen en het naar voren brengen van zienswijzen.
Adviezen
Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp van de vvgb zijn er <<geen>> adviezen binnengekomen. Omdat de adviezen mede betrekking hebben op het ontwerp van de vvgb hebben burgemeester en wethouders de adviezen aan ons toegezonden. De adviezen hebben wij op <<datum>> van burgemeester en wethouders ontvangen.
Samengevat betreft het de volgende adviezen: <<samenvatting adviezen>>. Over deze adviezen merken wij het volgende op: <<reactie op adviezen>>.
Zienswijzen
Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van de vvgb is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is <<geen>> gebruik gemaakt. Omdat de zienswijze(n) mede betrekking <<heeft/hebben>> op het ontwerp van de vvgb hebben burgemeester en wethouders de zienswijze(n) aan ons toegezonden. De naar voren gebrachte zienswijzen hebben wij op <<datum>> van burgemeester en wethouders ontvangen.
Samengevat betreft het de volgende zienswijze(n): <<samenvatting zienswijze(n)>>. Over deze zienswijzen merken wij het volgende op: <<reactie op zienswijze(n)>>.
7. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp van de vvgb
Naar aanleiding van de naar voren gebrachte zienswijze(n) en/of adviezen is de vvgb gewijzigd ten opzichte van het ontwerp van de vvgb. Het betreft de volgende wijzigingen: <<wijzigingen>>.
Naar aanleiding van <<naar voren gebrachte zienswijze(n) en/of adviezen>> is de vvgb niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerp van de vvgb.
8. Conclusie
Vanuit het toetsingskader dat geldt voor de door B en W van <<gemeente>> gevraagde vvgb zijn er <<wel/geen>> redenen om deze te weigeren.
In deze vvgb zijn voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen. B en W van <<gemeente>> dienen de ze voorschriften overeenkomstig artikel 2.27 van de Wabo in de omgevingsvergunning onverkort over te nemen.
9. Ondertekening en verzending
Ondertekening
Gedeputeerde Staten van <<..>>,
Namens hen,
<< ….>>
Deze (ontwerp)vvgb wordt verzonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente <<gemeente>>.
B OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN
1. HANDELINGEN MET BETREKKING TOT BESCHERMDE NATUURMONUMENTEN (NATUURBESCHERMINGSWET 1998)
1.1 Inleiding
De aanvraag heeft betrekking op een locatie in <<gebied>> dat op basis van een aantal kenmerken als beschermd natuurmonument is aangewezen. In artikel 46a Natuurbeschermingswet 1998 is bepaald dat de natuurbeschermingsvergunning wordt aangehaakt aan de omgevingsvergunning, indien voor de vergunningplichtige activiteit tevens een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Artikel 46b Natuurbeschermingswet 1998 bepaalt dat de omgevingsvergunning voor wat betreft deze activiteit niet verleend wordt dan nadat het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn de vergunning te verlenen indien geen sprake was van aanhaking, heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Voor de ontvangen verklaring van geen bedenkingen verwijzen wij naar deel <<nummer>> van deze beschikking.
1.2 Toetsing
Over de mogelijke effecten van de aangevraagde activiteiten op <<gebied>> merken wij samenvattend het volgende op <<opmerkingen>>.
Voor een nadere onderbouwing verwijzen wij naar het toetsingsdocument Natuur dat is opgenomen in deze beschikking.
1.3 Conclusie
Vanuit de toetsing van de aspecten die betrekking hebben op de bescherming van het beschermd natuurmonument <<gebied>> als bedoeld in artikel 16 Natuurbeschermingswet 1998 zijn er <<wel/geen>> redenen om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren.
Met betrekking tot de bovengenoemde aspecten zijn in deze beschikking voorschriften opgenomen.
2. HANDELINGEN MET BETREKKING TOT NATURA 2000 GEBIEDEN (NATUURBESCHERMINGSWET 1998)
2.1 Inleiding
De aanvraag heeft betrekking op een locatie in of in de nabijheid van Natura 2000 gebied <<naam>>. In artikel 47a Natuurbeschermingswet 1998 is bepaald dat de Natuurbeschermingswet wordt aangehaakt aan de omgevingsvergunning, indien voor de vergunningplichtige activiteit tevens een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Artikel 47b Natuurbeschermingswet 1998 bepaalt dat de omgevingsvergunning voor wat betreft dit aspect niet verleend wordt dan nadat het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn de vergunning te verlenen indien geen sprake was van aanhaking, heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Voor de ontvangen verklaring van geen bedenkingen verwijzen wij naar bijlage <<nummer>> van deze beschikking.
2.2 Toetsing
Wij verlenen de vergunning slechts indien met zekerheid vaststaat, dat de aangevraagde activiteiten de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 gebied niet aantasten, tenzij - bij afwezigheid van alternatieve oplossingen - dwingende redenen van groot openbaar belang tot het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen noodzaken.
Over de mogelijke effecten van de aangevraagde activiteiten op <<beschermde natuurwaarde(n)>> merken wij samenvattend het volgende op.
<<opmerkingen>>
Voor een nadere onderbouwing verwijzen wij naar het toetsingsdocument Natuur dat is opgenomen in deze beschikking.
Omdat sprake is van een project met mogelijke significante gevolgen heeft de aanvrager een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening is gehouden met de instandhoudingsdoelstelling van dat gebied. Over de mogelijke effecten van de aangevraagde activiteiten op <<beschermde natuurwaarde(n)>> merken wij samenvattend het volgende op.
<<opmerkingen>>
Voor een nadere onderbouwing verwijzen wij naar het toetsingsdocument Natuur dat is opgenomen in deze beschikking.
Uit de toetsing blijkt aldus, dat met zekerheid vaststaat dat de aangevraagde activiteiten de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 gebied niet zullen aantasten. Gelet hierop kunnen wij de verklaring van geen bedenkingen voor dit aspect verlenen.
Uit de toetsing blijkt aldus, dat
- niet met zekerheid vaststaat dat de aangevraagde activiteiten de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 gebied niet zullen aantasten; of
- de aangevraagde activiteiten de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 gebied zullen aantasten.
Gelet hierop dienen wij de verklaring van geen bedenkingen te weigeren, tenzij - bij afwezigheid van alternatieve oplossingen - dwingende redenen van groot openbaar belang tot het verlenen van een vergunning noodzaken en in het treffen van compenserende maatregelen wordt voorzien.
Over de afwezigheid van alternatieven merken wij het volgende op:
<<opmerkingen>>
Over de aanwezigheid van dwingende redenen merken wij het volgende op:
<<opmerkingen>>
Over de te treffen compenserende maatregelen merken wij het volgende op:
<<opmerkingen>>
2.3 Conclusie
Vanuit de toetsing van de aspecten die betrekking hebben op de bescherming van het Natura 2000 gebied <<naam>> zijn er <<wel/geen>> redenen om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren.
Met betrekking tot de bovengenoemde aspecten zijn in deze beschikking voorschriften opgenomen.
3 BESCHERMING FLORA EN FAUNA (FLORA- EN FAUNAWET)
3.1 Inleiding
Volgens artikel <<artikel>> van de Flora- en faunawet is het verboden om <<omschrijving verbodsbepaling>>. De aangevraagde activiteit brengt met zich, dat dit verbod wordt overtreden. De soort: <<soort>> kan immers worden aangemerkt als een beschermde soort in de zin van de Flora- en faunawet. In artikel 75c Flora- en faunawet is bepaald dat de ontheffing wordt aangehaakt aan de omgevingsvergunning indien voor de ontheffingsplichtige activiteit tevens een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Artikel 75d Flora- en faunawet bepaalt dat de omgevingsvergunning voor wat betreft dit aspect niet verleend wordt dan nadat de minister van LNV heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Voor de ontvangen verklaring van geen bedenkingen verwijzen wij naar deel <<nummer>> van deze beschikking.
3.2 Toetsing
Bij het beoordelen of wij ontheffing als bedoeld in artikel 75 Flora- en faunawet kunnen verlenen dienen wij te toetsen of er geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Hierover merken wij het volgende op:
<<opmerkingen>>
De <<soort>>:
- is genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG);
- is een vogel als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder b Ffw;
- is vermeld in bijlage 1 van het besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten.
Dit betekent dat slechts ontheffing wordt verleend wanneer er, naast de voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort: (1) geen andere bevredigende oplossing bestaat; en (2) de aangevraagde activiteit (mede) betrekking heeft op:
- onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;
- het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk maken om op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van bij die maatregel aan te wijzen soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben; of
- andere bij het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten aangewezen belangen.
Over de afwezigheid van een andere bevredigende oplossing en het type aangevraagde activiteit merken wij het volgende op:
<<opmerkingen>>
Voor een nadere onderbouwing verwijzen wij naar het toetsingsdocument Natuur dat is opgenomen in deze beschikking.
3.3 Conclusie
Vanuit de toetsing van de aspecten die betrekking hebben op de bescherming van <<soort>> zijn er <<wel/geen>> redenen om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren.
Met betrekking tot de bovengenoemde aspecten zijn in deze beschikking voorschriften opgenomen.