JAN!
Onderwerp: Begrip "belang" ex artikel 41, lid 1 Nb-wet 1998
Datum vraag: 4 november 2010
Gesteld door: Provincie Friesland
Inleiding:
In de vergunningverlening ingevolge artikel 19d Nb-wet 1998 loop ik tegen de vraag aan of het toetsingskader beperkt is tot de artikelen 19d en volgende (Hoofdstuk III par. 2) of dat hierbij ook artikel 41, lid 1 (Hoofdstuk VIII) een rol bij mag spelen.
Bij het ontbreken van een feitelijk belang bij een besluit bijvoorbeeld als op voorhand duidelijk is dat hetgeen is aangevraagd niet in die vorm realiseerbaar is (omdat andere toestemmingsvereisten niet kunnen worden verkregen, of om andere reden) zien wij daarin grond om te weigeren.
Vraag:
Wat is de betekenis van dit vereiste. Is bedoeld hier iets toe te voegen aan de eis van art. 3:1 Awb dat een aanvraag een verzoek van een (derde) belanghebbende moet zijn? Is hier uit de wetsgeschiedenis of de jurisprudentie iets over bekend? Zou een bevoegd gezag een vergunning mogen weigeren als op voorhand duidelijk is dat de toestemming die op grond van de Nb-wet kan worden verleend in de praktijk niet zal kunnen worden gebruikt omdat op voorhand duidelijk is dat andere toestemmingsvereisten niet kunnen worden verkregen, of het project in die vorm anderszins niet realiseerbaar is?
De LNV-besluiten bevatten onder het kopje "Procedureel" de onderstaande standaard overweging:
"Conform artikel 41, lid 1 Nb-wet 1998 heeft U binnen uw aanvraag uw belang bij het verlenen van de vergunning gemotiveerd"
Deze overweging is echter in de praktijk naar mijn weten nog niet gemotiveerd.
Hoe kan dat belang worden getoetst? Mogen overwegingen ten aanzien van de realiseerbaarheid van een project of andere handeling daarbij een rol spelen?
Antwoord:
Datum antwoord: -
In behandeling