JAN!

Onderwerp:     Jacht en Natura 2000
Datum vraag:   16 oktober 2010
Gesteld door:  Ministerie van EL&I, Dienst Landelijk Gebied

Inleiding:

In artikel 46 lid 3 Flora en Faunawet lees ik dat jacht niet is toegestaan in Natura 2000-gebieden.
In artikel 68 Flora en Faunawet lees ik de mogelijkheid om in het kader van beheer en bestrijding van schade wel ontheffing te verlenen van het jachtverbod ook in Natura 2000-gebieden

Vraag:

Klopt het bovenstaande?
Verder vraag ik me af of ik, naast de ontheffing in het kader van de FF-wet, ook nog een vergunning als bedoeld in artikel 19d Nb-wet nodig hebt om te mogen jagen in een Natura 2000-gebied ter bestrijding van schade en in het kader van beheer.

Antwoord:

Datum antwoord: 9 december 2010

De Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet kennen unieke beschermingsbepalingen die steeds beide van toepassing zijn. Op basis van de Flora- en faunawet kunnen diverse titels worden verkregen, waarmee beschermde inheemse diersoorten mogen worden bemachtigd en/of gedood ten behoeve van beheer en schadebestrijding. Dat laat onverlet dat nog een aanvullende toets nodig kan zijn om vast te stellen dat de handelingen die ter bestrijding van schade en voor beheer ondernomen gaan worden in of om een Natura 2000-beschermingsgebied, niet de instandhoudingdoelstellingen van het gebied in gevaar kunnen brengen. Indien niet op voorhand op basis van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet in gevaar kunnen worden gebracht, dan is artikel 19d Nb-wet van toepassing. In dat geval moet u als uitvoerder van de beheer- en schadebestrijding ook beschikken over een vergunning ex artikel 19d Nb-wet.

Toelichting:
De tweede bewering lijkt twee begrippen in samenhang te hanteren, die in de Flora- en faunawet duidelijk onderscheiden zijn. Dat betreft het begrip jacht enerzijds en beheer- en schadebestrijding anderzijds. Jagen heeft steeds slechts betrekking op jachtwildsoorten, terwijl beheer of bestrijding van schade betrekking kan hebben op deze wildsoorten, maar ook vele andere beschermde diersoorten.  

De vraag kan daarom op twee manieren worden gelezen.

De eerste manier is een lezing waarbij vraagsteller informeert of middels toepassing van artikel 68 vrijstelling verkregen van het verbod op uitoefening van de jacht in Natura 2000-gebieden.

Jagen is in de Flora- en faunawet gedefinieerd als:
Art.1 jagen: bemachtigen, doden of met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe ’.

Jacht en jagen betreft dus uitsluitend activiteiten die gericht zijn op bemachtigen van soorten die als jachtwild zijn aangeduid onder de Flora- en faunawet. De bekendmaking van welke diersoorten in Nederland tot jachtwild gerekend worden, is gedaan in artikel 22 van het Jachtbesluit. De soorten zijn Haas, Konijn, Wilde eend, Houtduif, Patrijs en Fazant. Deze wildsoorten zijn bejaagbaar door personen die daarvoor in aanmerking komen (jachtakte), op plaatsen die daarvoor geschikt zijn (jachtvelden) en alleen binnen het jachtseizoen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in rechtsoverweging 2.4.4. van uitspraak 200709121/1 bevestigd dat jacht en beheer juridisch niet te vergelijken zijn. JAN! is van mening dat op basis van de algemene en specifieke structuur en bepalingen van de Flora- en faunawet mag worden aangenomen dat de uitspraak als een sterke aanwijzing kan worden gezien dat het hoogste rechtscollege van oordeel zal zijn dat dit onderscheid ook tussen jacht en schadebestrijding moet worden gemaakt.

De eerste bewering in de inleiding bij de vraagstelling is niet geheel juist. Met artikel 46 van de Flora- en faunawet is bepaald dat jagen niet is toegestaan in een groot deel van, maar niet in alle, Natura 2000 beschermingszones. Het verbod geldt gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en overige Natura 2000-gebieden die niet zijn aangewezen als beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, maar wel zijn geregistreerd als Wetland van internationale betekenis onder de Ramsar conventie, of ook die (delen van) Natura 2000-gebieden die voorheen waren aangewezen als Beschermd Natuurmonument. In de praktijk zijn er dus enkele Natura 2000-gebieden die alleen zijn aangemeld als Beschermingszone ter voldoening aan verplichtingen uit de Habitatrichtlijn en in die gebieden geldt geen algemeen verbod op uitoefening van de jacht. En daarnaast zijn er gebieden waar de jacht in delen wel en in andere delen niet verboden is. De actuele en exacte juridische status in dit opzicht van alle 166 Natura 2000-gebieden in Nederland kan nagelezen worden in de gebieden database die via de website van het ministerie van EL&I kan worden geopend.

Het antwoord op de eerste manier van lezing: kan met toepassing van artikel 68 een ontheffing van dit verbod op uitoefening van de jacht worden verkregen luidt: nee, dat is wettelijk niet mogelijk.

De tweede manier van lezing is dat de vraagsteller informeert of op basis van artikel 68 beheer en schadebestrijding mogelijk is door het toestaan van afschot en dus in feitelijke en praktische zin bejaging. Het antwoord daarop luidt: ja, dat is wettelijk mogelijk.

Daar waar schadebestrijding valt aan te merken als een vorm van bestaand gebruik, kan het in beheerplannen kan worden geregeld, eventueel onder voorwaarden en beperkingen, zoals beschreven in artikel 19a, lid 1, Nb-wet 1998. Is dat het geval, dan is met artikel 19 d, lid 2, bepaald dat daarnaast niet nog een toetsing en vergunning onder de Nb-wet nodig.

Beheer en schadebestrijding met een ontheffing op basis van artikel 68, vindt in het algemeen plaats op basis van een Faunabeheerplan. In sommige provincies is door Gedeputeerde Staten voor de vaststelling van het Faunabeheerplan, voor zover dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden een passende beoordeling onder de Natuurbeschermingswet uitgevoerd die vereist is voor plannen met mogelijke negatieve gevolgen op basis van artikel 19j van de Nb-wet. In dat geval zal meestal kunnen worden volstaan met een met een ontheffing van de beschermingsbepalingen van de Flora- en faunawet op basis van artikel 68.

In andere gevallen, waarin het planmatige faunabeheer niet eerder is getoetst aan beschermingsbepalingen van de Natuurbeschermingswet, is dat nog apart nodig.

Als voorbeeld kan dienen het beheer van een populatie damherten in de Kop van Schouwen in Zeeland. Deze is gebaseerd op een ontheffing onder artikel 68 van de Flora- en faunawet. Daarin is afgewogen dat er geen andere bevredigende oplossing mogelijk is en dat het voortbestaan van de populatie niet in gevaar kan komen. Daarnaast hebben de uitvoerders ook een vergunning uit hoofde van artikel 19d Nb-wet waaronder beoordeeld is of het beheer van de populatie damherten door afschot de gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten waarvoor in het Natura 2000-gebied instandhoudingdoelstellingen gelden.

Voor deze en vergelijkbare situaties zijn dus twee vergunning nodig, zowel onder de Natuurbeschermingswet uit hoofde van artikel 19 en de Flora- en faunawet uit hoofde van artikel 68.

Gebruikte jurisprudentie:

Zaaknummer 200709121/1 inzake populatiebeheer damherten in beschermd natuurgebied de Manteling van Walcheren.

Wettelijke Kader :
Natuurbeschermingswet 1998, artikelen 19a, 19b, 19d; Flora en faunawet artikelen 46 en 68.

Snel terug naar..

Juridisch Adviesgroep Natura 2000

Geen beschrijving
Disclaimer:

Voor alle adviezen uitgebracht door JAN! geldt onderstaande disclaimer:
Het betreft een advies van de Juridisch Adviesgroep Natura 2000 (hierna: JAN!). Het JAN! is een orgaan samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende bevoegde gezagen betrokken bij de uitvoering van de Natuurbeschermingswet 1998 / Natura 2000. Onder leiding van het Regiebureau Natura 2000 geeft het JAN! op verzoek van een bevoegd gezag een onafhankelijk, niet bindend, juridisch advies bij zaken die spelen rondom Natura 2000.

Het advies is tot stand gekomen aan de hand van de op dat moment geldende regelgeving en jurisprudentie. Het wordt niet (automatisch) aangepast op nieuwe ontwikkelingen tenzij dit expliciet wordt vermeld. Het is daarom belangrijk goed te letten op de datum zoals die boven aan het JAN!-advies staat vermeld.

Aan het advies kunnen geen rechten worden ontleend.