JAN!
Onderwerp: Bescherming van aanwezige maar niet aangewezen/aangemelde
habitattypen/ HR-soorten
Datum vraag: 9 juni 2010
Gesteld door: Provincie Zuid-Holland en Ministerie van EL&I-Dienst Landelijk Gebied
Inleiding:
In de brief aan de Tweede Kamer van 9 februari 2010, aangaande de "Duiding landelijke doelen en Europese verplichtingen Natura 2000"; (zie bijlage) beschrijft de minister van LNV hoe in Nederland om wordt gegaan met de HR-doelen en op welke wijze de bescherming hiervan via art. 6 lid 1 HR dient plaats te vinden. Daarbij wordt toegelicht dat de Europese richtlijnen bepalen dat rekening moet worden gehouden met actuele wetenschappelijke inzichten. Hierover wordt aangegeven dat hieruit voortvloeit dat er ook instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau moeten worden geformuleerd voor soorten en habitattypen die niet voor dat gebied zijn aangemeld, maar waarvan op basis van actuele inzichten blijkt dat ze aanwezig zijn in het gebied.
Wellicht ten overvloede: alleen artikel 6 lid 2,3, en 4 is van toepassing verklaard voor VR-gebieden (art. 7 HR)
Als gevolg van deze brief wordt door DLG in een door hun op te stellen beheerplan voor een HR-gebied, dat inmiddels onder art. 10a is aangewezen, nu het uitgangspunt gehanteerd dat aanwezige, maar niet aangemelde, noch in het aanwijzingsbesluit opgenomen habitattypen, in het beheerplan dienen te worden opgenomen, en dat hiervoor instandhoudingsdoelstellingen moeten worden geformuleerd. Hierbij wordt uitgegaan van opname van een behoudsopgave.
Vraag:
Omdat het gaat om een principiële keuze voor een werkwijze die voor alle beheerplannen geldt en consequenties heeft voor toetsing bestaand gebruik en de vergunningverlening legt de PZH, mede namens DLG de volgende vragen voor:
- is deze werkwijze conform de NBwet en zo ja,wat is de wettelijke grondslag voor deze werkwijze (in de Nbwet wordt in de artikelen m.b.t. het beheerplan wordt gesteld dat een beheerplan vastgesteld dient te worden met inachtneming van de instandhoudingsdoelstelling. Dit betreft de instandhoudingsdoelstelling conform artikel 10a tweede lid, zoals opgenomen in het aanwijzingsbesluit). Zo nee, is er voor deze werkwijze een andere juridische grondslag aan te dragen?
wat zijn hiervan de juridische consequenties voor de vergunningverlening?
wat is in dit opzicht de betekenis van het algemene doel (zoals opgenomen in het aanwijzingsbesluit): "behoud en indien van toepassing herstel van de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie", die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen?
Bijlage bij de vraag: Duiding landelijke doelen en Europese verplichtingen N2000
Antwoord:
Het antwoord op deze vraag treft u in bijgaande notitie van het ministerie van EL&I, directie Juridische Zaken aan.