JAN!
Onderwerp: Oude doelen in de Crisis- en herstelwet
Datum vraag: 18 november 2009
Gesteld door: Rijkswaterstaat
Inleiding:
De Crisis- en herstelwet (CHW), zoals op 16 maart 2010 aangenomen door de Eerste Kamer, omvat onder meer een wijziging van het beschermingsregime voor Beschermde Natuurmonumenten (BN) voor als een BN samenvalt met een aangewezen Natura 2000-gebied. In de kern gaat het regime er dan als volgt uitzien:
Vergunningplicht :
- in geval van samenloop met een op grond van artikel 10a aangewezen Natura 2000-gebied vervalt – of is inmiddels vervallen - het oude aanwijzingsbesluit van rechtswege. De BN-waarden ("oude doelen") gaan op in de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied. De CHW brengt hierin geen verandering;
voor een Natura 2000-gebied geldt een vergunningplicht volgens artikel 19d m.b.t. alle instandhoudingsdoelstellingen. Door de CHW wordt deze vergunningplicht voor de oude doelen gewijzigd. Dit betekent dat indien een vergunningaanvraag op grond van artikel 19d wordt ingediend de Nb-wet (o.g.v. art. 19ia) van rechtswege met zich mee brengt dat voor de oude doelen deze vergunningaanvraag moet worden gezien als een aanvraag op grond van artikel 16. Artikel schrijft een lichter beschermingsregime voor, dat door de CHW wordt gewijzigd.
Formeel zullen op de originele aanvraag dan twee besluiten volgen (één o.g.v. artikel 19d en één o.g.v. artikel 16). Naar verwachting zullen die in één document worden verwerkt.
volgens artikel 19d lid 3 is bestaand gebruik niet vergunningplichtig, tenzij dit bestaand gebruik een project is dat afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen mogelijk significante gevolgen heeft. Om verslechtering van habitattypen en habitats van soorten en significante verstoring van soorten door bestaand gebruik te voorkomen, schrijft artikel 19c voor dat het bevoegd gezag (Staatssecretaris EL&I of GS) passende maatregelen dienen te treffen, al dan niet in combinatie met een aanschrijvingsbevoegdheid.
Gezien de wijziging van artikel 19d t.a.v. oude doelen voert de CHW via artikel 19ia ook hier een wijziging door. Indien er voor het bestaand gebruik volgens artikel 19d lid 3 geen vergunningplicht geldt, dan geldt voor dit gebruik ook geen vergunningplicht volgens artikel 16. De regeling voor het treffen van passende maatregelen is hier overeenkomstig van toepassing.
is er echter sprake van bestaand gebruik met mogelijke significante gevolgen waarvoor de vergunningplicht conform 19d in stand blijft, dan blijft voor dit gebruik ook de vergunningplicht van artikel 16 in stand. Echter door de wijziging van artikel 16 is het begrip significantie in dit toetsingskader niet langer meer relevant. Zie hiervoor opmerking onder "Antwoord";.
De hierboven beschreven regeling t.a.v. bestaand gebruik blijft, door de inwerkingtreding van de CHW, ook van kracht na het onherroepelijk worden van het beheerplan.
Beheerplan :
- voor de vaststelling van beheerplannen op grond van artikel 19a, eerste lid is uitgangspunt dat niet langer de verplichting geldt dat de oude doelen deel uitmaken van de beschrijvingen voor de te treffen instandhoudingsmaatregelen voor het betreffende Natura 2000-gebied. Het bevoegde gezag voor het betreffende deel van het beheerplan heeft echter wel de mogelijkheid om de scope van het beheerplan te verbreden met de oude doelen (artikel 19a, negende lid), het bestaand gebruik daaraan te toetsen en zo mogelijk in het beheerplan op te nemen.
Indien bestaand gebruik, na toetsing aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, wordt opgenomen in het Natura 2000-beheerplan, dan is dit gebruik niet vergunningplichtig (art. 19d, tweede lid). Deze regeling geldt ook ten aanzien van bestaand gebruik als dit gebruik binnen het beheerplanproces aan de oude doelen is getoetst en in het beheerplan is opgenomen (art. 19ia juncto art. 16 lid 5)
- binnen het beheerplanproces hebben de bevoegde gezagen aldus de volgende mogelijkheden:
- oude doelen in het beheerplan buiten beschouwing laten;
- alleen tot uitwerking van die oude doelen te komen en deze op te nemen in het beheerplan => als toetsingskader voor nieuwe projecten + autonome groei;
- optie 2 + opname van instandhoudingsmaatregelen;
- opties 2, 3 + toetsing van bestaand gebruik aan uitwerking oude doelen.
Voor het beheerplanproces, maar ook voor concrete projecten in het kader van de vergunningplicht is het van belang om inzichtelijk te krijgen of bovenstaande beschrijving van het regime voor oude waarden, klopt. De toetsing van bestaand gebruik aan de oude waarden zou in principe niet nodig zijn, aangezien op dat bestaand gebruik de uitzondering op de vergunningplicht en ter vervanging daarvan de aanschrijvingsbevoegdheid op grond van artikel 19c, van toepassing is (zie derde bullit hierboven). Consequentie van deze werkwijze is dat er vervolgens d.m.v een aanschrijvingsbevoegdheid tegen schadelijk bestaand gebruik opgetreden dient te worden.
Ter informatie:
Mede met het oog op laatstbedoelde mogelijkheid om toch de oude waarden in het beheerplan als onderdeel van de instandhoudingsdoelstelling op te nemen, heeft onder meer de provincie Zeeland ervoor gekozen om Arcadis een vertaling van de oude waarden te laten uitwerken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
1) BN-waarden die kunnen worden gerangschikt onder de Natura 2000-waarden en
2) BN-waarden die kunnen worden vertaald naar BN-clusterwaarden.
Vraag:
1) Klopt de hierboven bullitsgewijze weergave van het regime voor beschermde natuurmonumenten, afgaande op de versie van de CHW, waarmee de Eerste Kamer heeft ingestemd?
2) Welke mogelijkheden biedt artikel 19a, negende lid uit vorenbedoelde versie van de CHW voor het bevoegd gezag ten aanzien van de oude waarden in het kader van de beheerplannen N2000: de drie genoemde opties of minder, dan wel misschien zelfs meer?
Antwoord:
Datum antwoord 25 maart 2010
- De bullitsgewijze weergave bleek niet volledig te kloppen. Vervolgens is ervoor gekozen om deze zodanig aan te passen, dat deze in lijn is met de teksten zoals aangenomen bij de Eerste Kamer.
Aandachtspunt t.a.v. vierde bullit:
Zoals bij de vierde bullit als laatste is aangegeven, brengt artikel 19ia, derde lid met zich mee dat de voorwaarde voor de uitzondering van artikel 19c/19d, derde lid op de vergunningplicht voor bestaand gebruik, zoals deze voor Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen geldt (afzonderlijk, dan wel in combinatie met andere projecten en plannen geen mogelijke significante gevolgen hebben) ook van toepassing is op bestaand gebruik dat in beginsel zou vallen onder de vergunningplicht van artikel 16. Dit is niet in lijn met de wijziging die de CHW aanbrengt in artikel 16, waarmee 'significantie' niet langer relevant is bij de beoordeling van een handeling op grond van dat artikel, maar het al dan niet schadelijk zijn van een handeling bepalend is. Formeel gezien heeft dit tot gevolg dat bestaand gebruik dat in beginsel zou vallen onder de vergunningplicht van artikel 16, per definitie buiten de vergunningplicht valt en daarvoor alleen een aanschrijvingsbevoegdheid geldt.
De CHW biedt inderdaad de vier genoemde mogelijkheden om in het kader van een beheerplan ex artikel 19a, om te gaan met de oude doelen.
Beantwoording heeft plaatsgevonden op basis van de teksten van de CHW, zoals deze zijn aangenomen bij de Eerste Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 16 maart 2010, nr. 32127.