JAN!
Onderwerp: Artikel 20-besluiten en aanduiding van niet-toegankelijke zones
Datum vraag: 1 oktober 2009
Gesteld door: Provincie Flevoland
Inleiding:
Onder de oude Natuurbeschermingswet zijn ingevolge besluiten onder Artikel 17 in Nederland vele terreinen ontoegankelijk voor het publiek gemaakt. In de rijkswateren van het IJsselmeergebied zijn zo delen van gebieden afgesloten. Dat is destijds aangeduid geworden door gele bordjes langs de randen van de afgesloten delen met opschriften die de ontoegankelijkheid aangaven, onder verwijzing naar artikel 17 van de Nb-wet (1967).
Na inwerkingtreding van de Natuurbeschermingswet 1998 per 1 oktober 2005, zijn geen nieuwe besluiten genomen door LNV voor al deze Natura 2000-rijksgebieden onder artikel 20 van de Nb-wet 1998; wel voor bijvoorbeeld de Waddenzee. Over een compleet overzicht beschikt Flevoland niet.
De Nb-wet 1998 bevat geen overgangsbepalingen ten aanzien van eerdere besluiten die de toegankelijkheid ontzegden. Enkele gebiedsbeheerders hebben vervolgens aan de randen van de ontoegankelijke gebieden borden geplaatst met de vermelding dat toegang verboden is op basis van artikel 461 Wetboek van strafrecht.
Relevantie van de vragen:
Voor beheerplannen Natura 2000, voor specifiek ruimtelijke zonering en voor handhaving, vooral voor zogenoemde Natura 2000-rijksgebieden.
Vraag:
Vraag 1 :
Destijds is door het bevoegd gezag besloten om gebieden gesloten te verklaren.
Die besluiten zijn niet herroepen of ingetrokken.
1a ) Zijn die besluiten, destijds gebaseerd op artikel 17 Nb-wet oud, nog steeds van kracht?.
1b) Zo ja, betekent dat dan dat een nieuw besluit op basis van artikel 20 Nb-wet 1998 niet nodig is?
1c ) Zijn de bordjes "geen toegang" op basis van artikel 17 Nb-wet oud nog rechtsgeldig of moeten die bordjes vervangen worden?
Vraag 2 :
Hoe dient te worden gehandeld in situaties waar (nog) geen nieuw besluit ex art 20 Nb-wet 1998 is genomen?
Vraag 3 :
Wat kan / moet dienen als grondslag voor handhavers bij verbalisering van overtreders?
3a ) in situaties (zie vraag 1) dat geen nieuw besluit op basis van artikel 20 Nb-wet 1998 genomen is?
3b ) in situaties dat (ook) artikel 461 Wetboek van strafrecht van kracht is?
Vraag 4 :
Is er bij de keuze van situaties 3a, en 3b (zie vorige vraag) een voorkeur uit te spreken?
Antwoord:
Datum antwoord: 6 oktober 2009
1a ) Nee. De wettelijke basis voor de geslotenverklaring in het kader van de Nb-wet ontbreekt. De besluiten op basis van artikel 17 Nb-wet oud missen derhalve rechtskracht. Zij zijn van rechtswege komen te vervallen bij de inwerkingtreding van de Nb-wet.
Het overgangsrecht heeft op dit punt niets geregeld. Toch blijft er voor rijkswateren een 'escape' mogelijk via artikel 461 Wetboek van Strafrecht, voor die wateren waarvan het Rijk tevens eigenaar is.
1b )Ja, zie 1a.
1c) Nee. Zonder wet geen straf, oftewel het legaliteitsbeginsel speelt hier een rol (nullum crimen, nulla poena sine praevia lege poenali).
2 ) Zo spoedig mogelijk een nieuw besluit nemen.
De minister van LNV wordt in overweging gegeven een overkoepelend besluit te nemen, waarmee 'in één pennestreek' alle oude artikel 17-besluiten geacht worden van kracht te zijn als nieuwe artikel 20-besluiten. Alternatieven: een regeling in het beheerplan Natura 2000 opnemen, al dan niet in combinatie met bordjes op basis van artikel 461 Wetboek van Strafrecht (Verboden toegang voor onbevoegden). Overigens: '461-bordjes' kunnen alleen door de eigenaar worden geplaatst.
In de tussentijd is het overplakken (stickeren) van de oude bordjes een mogelijkheid, waarbij artikel 17 Nb-wet oud wordt vervangen door artikel 19l (zorgplicht) en 19d (vergunning-plicht) van de Nb-wet 1998.
3a ) Dan is er géén wettelijke grondslag om te handhaven, tenzij men heeft 'gestickerd', zie 2.
3b ) Zoals al gesteld bij 2: '461-bordjes' kunnen alleen door de eigenaar worden geplaatst. Dan is dat een prima grondslag voor handhaving.
4 ) Volgens diverse handhavers leidt een proces-verbaal op basis van art 461 Sr gemakkelijker tot vervolgstappen bij het Openbaar Ministerie c.q. tot een vervolging dan een PV op basis van art 20 / art 17 Nb-wet.
Gebruikte jurisprudentie:
Geen
Wettelijke Kader
Natuurbeschermingswet 1998; kortheidshalve worden hier alleen de artikelen 19l (zorgplicht) en 20 (geslotenverklaring) geciteerd.
§ 3. Overige rechtsgevolgen
Artikel 19
1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de instandhouding van een gebied aangewezen op grond van artikel 10 of een Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 12.
2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, voor zover het een Natura 2000-gebied betreft dan wel gelet op de wezenlijke kenmerken van een gebied, aangewezen op grond van artikel 10, eerste lid, nadelige gevolgen voor het gebied, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijke handelingen achterwege te laten, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
Artikel 20
1. Gedeputeerde Staten kunnen de toegang tot een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10, eerste lid, een Natura 2000-gebied of delen van bedoelde gebieden, voorzover dit noodzakelijk is voor de bescherming van natuurwaarden, beperken.
2. Indien een gebied als bedoeld in het eerste lid geheel of ten dele wordt beheerd door of onder verantwoordelijkheid van Onze Minister of een van Onze andere Ministers, wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door Onze Minister in overeenstemming met Onze andere Minister.
3. Het is verboden in strijd met de beperkingen die ingevolge het eerste en tweede lid zijn opgelegd, zich te bevinden in een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10, eerste lid, een Natura 2000-gebied of gedeelten daarvan.
4. Het verbod in het derde lid geldt niet voor de eigenaar en de gebruiker van een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10, eerste lid of een Natura 2000-gebied, indien bedoeld gebruiksrecht zich daarover uitstrekt.
NBwet (oud)
Ter vergelijking wordt thans ook de wettekst geciteerd van artikel 17 van de Natuurbeschermingswet 1967:
"Het is verboden, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich te bevinden in of op een water, dat deel uitmaakt van een beschermd natuurmonument, indien op duidelijk zichtbare wijze is kenbaar gemaakt, dat de toegang tot dit water verboden is."
Wetboek van Strafrecht:
• Artikel 461
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Slaat op stukken
Adviesaanvraag 09.013 "Geslotenverklaring art 20 (Nb-wet 1998) / artikel 17 (Nb-wet oud)" d.d. 24-6-2009