JAN!

Onderwerp:    Toetsingskader natuur- en landschapswaarden
Datum vraag:  17 juni 2009
Gesteld door:  Provincie Zuid-Holland

Geen beschrijving Inleiding:

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland werken voor alle Natura 2000-duingebieden samen in de vorm van een Duinenoverleg. Binnen dit verband is een notitie tot stand gekomen over de uitwerking/doorvertaling van de BN-waarden (oude doelen), die bij de Regiegroep Natura 2000 zal worden voorgelegd. Binnen het Duinenoverleg staat nog ter discussie of de BN-waarden m.b.t. natuurschoon, en dan met name landschapschapswaarden en visuele aspecten, alleen betrekking hebben op natuurschoonaspecten in het gebied of ook daarbuiten.

Vraag:

Vraag 1:
Is op basis van (recente) jurisprudentie afleidbaar dat ook bij natuurschoonaspecten, en dan met name landschapschapswaarden en visuele aspecten, de externe werking van toepassing is?

Vraag 2 (indien vraag 1 bevestigend wordt beanwoord):

a. In welke mate komt aan een bevoegd gezag beleidsvrijheid toe om de onderstaande uitgangspunten te hanteren bij een toetsingskader voor BN-natuur-/landschapsschoon in het kader van de Nb-wet?

* de interne en externe reikwijdte enerzijds afhankelijk is van de beschrijving van de te beschermen waarden in het aanwijzingsbesluit en anderzijds van het aanwezige landschapsbeeld ter plaatse, zowel binnen het gebied als daarbuiten. Dit landschapsbeeld kan daardoor zowel een landelijk (intern/extern) als een stedelijk/industrieel (extern) karakter hebben.
* zolang nieuwe initiatieven wegvallen binnen het bestaande landschapsbeeld dit geen significante gevolgen heeft.
* zodra nieuwe initiatieven dominant aanwezig zullen worden binnen het bestaande landschapsbeeld dit tot mogelijke significante gevolgen leidt; door middel van een passende beoordeling inclusief mogelijke mitigerende maatregelen moet dan beoordeeld worden of er daadwerkelijk sprake zal zijn van significante gevolgen.

b. In welke mate zijn deze uitgangspunten van het toetsingskader vergelijkbaar met die uit de Handreiking Landschap en Windturbines?

c. Zijn de uitgangspunten voldoende afleidbaar uit de genoemde jurisprudentie?

d. Welke uitgangspunten zijn juridisch risicovol?

e. Op welke manier kunnen/dienen zij aangepast worden?

Vraag 3.
Mag op basis van de beschreven kenmerken van de gebieden een toetsingskader worden gegeven met betrekking tot bouwen in de hoogte in de stedelijke omgeving van deze gebieden?

Antwoord:

Datum antwoord: 17 juni 2009

Vraag 1
Dit is de hoofdvraag. Het antwoord luidt 'Ja' (zie de uitspraken). Hierbij ligt de nadruk op 'visuele aspecten'.

Vraag 2
a: Er is veel beleidsvrijheid.
Wel moet worden nagegaan of er al beleidsstukken zijn (vastgesteld) waar een en ander is vastgelegd. Voorbeeld: windmolen-beleid.
Dat moet vanuit de Nb-wet bezien één beleid/visie opleveren samen met Wro (wet ruimtelijke ordening) en dergelijke.
Uitgangspunten hinken op twee gedachten:
Aan de ene kant vasthouden aan wettelijk kader en aan de andere kant beleidsvrijheid invullen. Alleen 'verslechtering' kan ook aan de orde zijn.
Grens van significantie wordt vaak opgezocht/onderzocht.
b: Deze vraag wordt voorgelegd aan het Steunpunt.
"Handreiking Landschap en Windturbines": kan die worden opgenomen in de TOOLBOX?
c: Er hangt veel af van inhoud Passende Beoordeling; uitgangspunten 1 zijn in orde; zie 2b
d: Dit zijn nu precies de grensgevallen tussen wat hierboven is beschreven bij het tweede en derde * ('wegvallen' vs 'dominant aanwezig';  zie vraagstelling bij 2a)
e: Mogelijkheid: objectiveren via een belevingsenquete?
Onderzoek heeft aangetoond: men waardeert de natuur het meest waar men is opgegroeid.
Bottomline (van elk overheidsbesluit): goed motiveren. Indien een goede motivatie wordt ingediend verhoogt dit de verdedigbaarheid van een beslissing.

Vraag 3
In deze vraag wordt te veel gebruik gemaakt van een zwart/wit redering; het 'grijze gebied' ontbreekt.
De te beoordelen 'grijze' elementen zijn o.a.:
- hoogte
- storend gebruik materialen
- kleur

Gebruikte jurisprudentie:
zie ook uitspraak Westereems
(windpark Eemshaven); LJN BH4011; Raad van State 25 febr. 2009; 200709030/1)

Wettelijke Kader
   
Slaat op stukken
- adviesaanvraag 09.009 d.d. 28 mei 2009 door bevoegd gezag i.c. Zuid-Holland.

Snel terug naar..

Juridisch Adviesgroep Natura 2000

Geen beschrijving
Disclaimer:

Voor alle adviezen uitgebracht door JAN! geldt onderstaande disclaimer:
Het betreft een advies van de Juridisch Adviesgroep Natura 2000 (hierna: JAN!). Het JAN! is een orgaan samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende bevoegde gezagen betrokken bij de uitvoering van de Natuurbeschermingswet 1998 / Natura 2000. Onder leiding van het Regiebureau Natura 2000 geeft het JAN! op verzoek van een bevoegd gezag een onafhankelijk, niet bindend, juridisch advies bij zaken die spelen rondom Natura 2000.

Het advies is tot stand gekomen aan de hand van de op dat moment geldende regelgeving en jurisprudentie. Het wordt niet (automatisch) aangepast op nieuwe ontwikkelingen tenzij dit expliciet wordt vermeld. Het is daarom belangrijk goed te letten op de datum zoals die boven aan het JAN!-advies staat vermeld.

Aan het advies kunnen geen rechten worden ontleend.