JAN!
Onderwerp: Externe werking en beheerplannen Natura 2000
Datum vraag: 11 mei 2009
Gesteld door: Regiebureau Natura 2000
Inleiding:
Op 30 maart jl. is het Stab-advies verschenen over het Natura 2000-beheerplan Voordelta. Op de laatste bladzijde wordt ingegaan op externe werking. Er wordt gesteld dat een bepaalde activiteit (paardrijden) niet in het beheerplan kan worden geregeld omdat de locatie waar dit plaatsvindt buiten het aangewezen Voordelta-gebied is gelegen en daarmee ook buiten de werkingssfeer van het beheerplan.
T.a.v. dit uitgangspunt van het Stab hier enkele opmerkingen:
- In het beheerplan is aangegeven dat alleen het bestaand gebruik binnen het Natura 2000-gebied is geïnventariseerd.
- Er wordt gesteld dat het gebied Voordelta grenst aan meerdere andere Natura 2000-gebieden waarvoor ook een beheerplan wordt opgesteld. Onduidelijk is of er in dit verband afspraken zijn gemaakt voor de beoordeling van bestaand gebruik in het andere beheerplan (Deltawateren).
- Het beheerplan Voordelta is in juli 2008 vastgesteld, voor de Nb-wetwijziging van 01/02/09. Nu wordt in artikel 19a aangegeven dat de beschrijving van het bestaand gebruik ook plaats moet vinden voor bestaand gebruik buiten het gebied voor zover relevant voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen
Vraag:
Conclusie met de vraag of deze correct is:
In de nieuw vast te stellen beheerplannen moet het bestaand gebruik buiten het gebied (voor zover relevant) wel geïnventariseerd, beoordeeld en zo mogelijk in het beheerplan opgenomen worden.
Antwoord:
Datum antwoord: 17 juni 2009
JA; conclusie is correct.
Relevant = relevant voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied.
Hoever ga je in de beoordeling "buiten het gebied"?
Hier zijn geen regels voor te stellen; men zal er praktisch mee moeten (leren) omgaan.
De wetswijziging geeft inderdaad meer ruimte, met name artikel 19a, derde lid. N.B.: let op cumulatie binnen en buiten het Natura 2000-gebied.
Toevoeging
Soms zijn er bedrijven die verzoeken om als 'bestaand gebruik' in het beheerplan te worden 'meegenomen', zodat zij zelf van bewijslast, als het gaat om het opstellen van een passende beoordeling, zijn verlost. Het bevoegd gezag is niet per definitie verplicht om hier op in te gaan. Immers, bestaand gebruik dat moet worden opgevat als een project met mogelijke significante gevolgen, blijft vergunningplichtig (art. 19d lid 3). De bewijslast bij een vergunning ligt bij de aanvrager.
Gebruikte jurisprudentie:
Uitspraak Voordelta (LJN BG3416, Raad van State 5 nov 2008; 200802545/1)
Wettelijke Kader
Let op de zinsnede 'voor zover relevant'.
De tekst van artikel 19a, derde lid, onderdeel a luidt als volgt:
3. Tot de inhoud van een beheerplan behoren ten minste:
a. een beschrijving van de beoogde resultaten met het oog op het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding in het aangewezen gebied mede in samenhang met het bestaande gebruik in dat gebied en, voor zover relevant voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling, daarbuiten;
Slaat op stukken
- Adviesaanvraag 09.005 d.d. 11 mei 2009; door bevoegd gezag i.c. Zuid-Holland;
- Stab-advies van 30 maart 2009.