JAN!
Onderwerp: Schadeloosstelling
Datum vraag: 27 mei 2009
Gesteld door: Regiebureau Natura 2000
Inleiding:
In Hoofdstuk VI van de Nb-wet staan een aantal artikelen (30 t/m 38) waarin aangegeven wordt hoe een aanvraag voor vergoeding van geleden schade kan plaatsvinden. Het gaat daarbij om schade "die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven". (Art. 31). Er moet wel een causaal verband zijn tussen de schade en het besluit dat de schade heeft veroorzaakt.
De vraag c.q. discussie voor JAN! is met name gericht op gevallen waarbij de schade niet rechtstreeks op de Nb-wet is terug te voeren.
Als bijvoorbeeld bepaalde activiteiten niet in een beheerplan worden opgenomen lijdt een ondernemer daardoor geen schade. Het betekent immers alleen dat er een vergunningplicht geldt / blijft gelden. Als de vergunning verleend wordt, lijdt hij geen schade. Als de vergunning níet wordt verleend, is de weigering een vergunning te verlenen het besluit dat de schade veroorzaakt.
Het is wellicht ook mogelijk dat schade wordt veroorzaakt door voorwaarden die in een beheerplan of vergunning aan een plan of project worden gesteld. Vergoeding van schade kan worden gevraagd bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen dat de schade veroorzaakt (dus bij een beheerplan: LNV, V&W, Defensie en/of een provincie; bij een vergunning: LNV of provincie).
Men kan ook de redenering aanhangen dat het (definitieve) aanwijzingsbesluit van het betreffende Natura 2000-gebied het eerste schadeveroorzakende besluit is.
Als schade voortvloeit uit een bestemmingsplan, zal de schade op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) moeten worden vergoed, ook als uit het beheerplan al voortvloeit dat een bestemmingsplan moet worden gewijzigd. Het kan zijn dat de gemeenteraad de schade probeert te verhalen op het rijk. Op grond van de Wro is dat mogelijk, als in het bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen ten behoeve van belangen die door het rijk worden behartigd (of bij de provincie, als het om provinciale belangen gaat).
Vraag:
Is het rijk voor schade aansprakelijk, ook indien het schadeveroorzakende besluit niet rechtstreeks tot schade leidt, maar de schade wordt geleden door een daaruit volgend besluit van een (ander) bevoegd gezag?
Antwoord:
Datum antwoord: 17 juni 2009
Eerst nog een verduidelijking van de vraagstelling.
De vraag wordt gelezen als:
Kan het Rijk (en meer specifiek LNV) vanwege het feit dat het de aanwijzingsbesluiten heeft vastgesteld, worden verplicht tot nadeelcompensatie, indien op basis daarvan besluiten worden genomen (vergunning/beheerplan) die noodzaken tot toekenning van nadeelcompensatie?
En dan het eigenlijke antwoord:
Nee, tenzij er een rechtstreeks en onmiddellijk verband is met de (toekomstige) schade en deze schade bovendien "redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven" (art 31 Nb-wet). Dat is bijna nooit aan de orde; er moet immers ook gekeken worden naar een onmiddellijk causaal verband, de mogelijke voorzienbaarheid c.q. risicoaanvaarding e.d.
Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen beoordeling bestaand gebruik en de beoordeling van (onmogelijke) aanvragen voor een Nb-wet-vergunning voor nieuwe activiteiten. In het eerste geval kan er sprake zijn van bestaande rechten, waarop ten gevolge van een besluit genomen op grond van de Nb-wet een inbreuk wordt gepleegd.
Voorbeeld van de eerste categorie: een zandwinner met een eeuwigdurende concessie. Voorbeelden van de tweede categorie zijn zeer moeilijk denkbaar.
Beheerplan: kosten opstellen, Passende Beoordeling, etc. voor de bevoegde gezagen.
Vergunning: bewijslast en kosten voor de initiatiefnemer.
Gebruikte jurisprudentie:
Tot op heden is er weliswaar door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gewezen op de mogelijkheid om een verzoek tot nadeelcompensatie in te dienen op grond van artikel 31 Nb-wet, maar een beoordeling van een besluit op basis van een dergelijk verzoek is nog niet aan de orde geweest. Wellicht kan inspiratie worden opgedaan uit uitspraken over artikel 18 Nb-wet OUD.
Wettelijke Kader
Natuurbeschermingswet 1998, met name Hoofdstuk VI. Schadevergoeding (artikelen 30 t/m 38). Hieronder wordt enkel artikel 31 geciteerd; de kern is verwoord in lid 1.
Artikel 31
- Voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van een besluit, genomen krachtens hoofdstuk III van deze wet, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kent het orgaan dat dat besluit heeft genomen of geacht wordt te hebben genomen, hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
- Het bevoegd gezag kan omtrent het verzoek om schadevergoeding het advies van de schadebeoordelingscommissie, bedoeld in artikel 32, inwinnen. Slaat op stukken
Adviesaanvraag 09.004 'Schadeloossteling' d.d. 27-5-2009.
Slaat op stukken
Adviesaanvraag 09.004 'Schadeloosstelling' d.d. 27-5-2009.