Verslechteringstoets
De verslechteringstoets is een vervolg op de voortoets/oriëntatiefase. Deze toets vindt plaats als het bevoegd gezag voor vergunningverlening naar aanleiding van de onderzoeken in de voortoets/oriëntatiefase heeft geoordeeld dat niet kan worden uitgesloten dat uw activiteit negatieve effecten op Natura 2000-doelen zal hebben, maar dat wel duidelijk is dat die negatieve effecten niet significant zijn.
In de verslechteringstoets wordt onderzocht of deze kans reëel is. Dit houdt in: het onderzoeken of de activiteit een verslechtering van de habitattypen, leefgebieden van soorten of soorten tot gevolg kan hebben. In principe worden dezelfde typen gegevens aangeleverd als in de voortoets/oriëntatiefase, zij het dat een globaal onderzoek nu niet meer voldoende is; het gegevensbestand moet uitgebreider, gedetailleerder en actueler zijn, zodat het bevoegd gezag de zekerheid over de omvang van de effecten krijgt die in de voortoets nog niet kon worden gegeven.
Dien de vergunningaanvraag op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 in bij het bevoegd gezag (zie AMvB Vergunningen). Lever de verzamelde gegevens bij de aanvraag aan. Er is geen officieel format voor het aanleveren van de informatie; zij moet schriftelijk worden aangeleverd en het geheel moet controleerbaar zijn. Geef zo mogelijk de resultaten op kaart weer, en geef aan welke aannames zijn gedaan. Beschrijf de uitgevoerde onderzoeken en onderzoeksmethoden, en zorg bij het gebruikmaken van eerder onderzoek voor goede literatuurverwijzingen. Ook is het handig dat er een vertaalslag wordt gemaakt van eerder onderzoek naar uw specifieke activiteit; die vertaalslag kan dan als hoofddocument worden aangeleverd, met de achterliggende onderzoeken als bijlage(n).
Het bevoegd gezag bekijkt of de informatie voldoende is om een beoordeling op te kunnen baseren. Als de informatie onvoldoende is, wordt u verzocht deze aan te vullen. Hierbij wordt rekening gehouden met de positie van de initiatiefnemer; er wordt informatie gevraagd waar hij redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. Als u niet aan dit verzoek voldoet, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. De behandeling van de aanvraag duurt 13 weken. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met 13 weken verlengen.
Als u voor uw activiteit meerdere vergunningen nodig heeft - voor de meeste grotere activiteiten is dit het geval - kunt u het bevoegd gezag vragen welke andere vergunningen, ontheffingen en besluiten noodzakelijk zijn. U kunt ook een schriftelijk verzoek indienen om coördinatie van besluitvorming. Het is in elk geval verstandig om zo spoedig mogelijk de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 te regelen. Als voor uw project een milieueffectrapportage moet worden uitgevoerd, kunt u deze koppelen aan het onderzoek ten behoeve van de Natuurbeschermingswet 1998, maar daar bent u niet toe verplicht